Ga naar de inhoud

Wie kun je nog vertrouwen?

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. We bouwen het namelijk moeizaam op, terwijl het in één klap teniet kan worden gedaan. De verantwoordelijkheid voor het vertrouwen dat het in Nederland ‘goed geregeld’ is, komt óók op het bordje van toezichthouders. ToeZine-columnnist Hadewych van Kempen schetst welke rol toezichthouders hierin kunnen spelen. En hoe ze die kunnen versterken.

Afbeelding van iemand die in de lucht gegooid wordt en weer wordt opgevangen

In Nederland vertrouwen we er over het algemeen op dat we in een veilige en eerlijke wereld leven, dat ‘de dingen’ goed geregeld zijn. Zolang er niet te vaak berichten zijn over onrecht of ongeluk, zal niemand zich druk maken over de instanties en processen die dat bewaken.

Pas als het misgaat, vragen mensen zich af hoe het eigenlijk geregeld is. Wie gaat over de handhaving van de normen die belangen als kwaliteit en veiligheid moeten borgen? Dat is natuurlijk een probleem. Want juist als er iets misgaat, gaat de aandacht uit naar het falen van de toezichthouders, kwaliteitsfunctionarissen of directies. Voor je het weet, galoppeert het paard met het vertrouwen weg.

Overheid bouwt op vertrouwen

De overheid zou het vertrouwen kunnen bevorderen door zoveel mogelijk incidenten te voorkomen. En door adequaat te reageren als zich tóch incidenten voordoen. Daarvoor heb je goed bestuur, effectief beleid, integere functionarissen en democratische politiek nodig. In het contact met burgers moeten ambtenaren zich behoorlijk gedragen en de overheid moet bestaan uit een heel systeem van checks and balances waardoor potentiële fouten op tijd aan het licht komen. Het helpt als het publiek kan zien dat er in bedrijven en organisaties ruimte is voor interne tegenspraak en dat er ook verbeteringen zijn nadat er commentaar is geleverd dat hout snijdt.

De overheid kan het vertrouwen bevorderen door zoveel mogelijk incidenten te voorkomen. Of er adequaat op te reageren.

Toezichthouders bewaken vertrouwen

Bij dat commentaar komen toezichthouders om de hoek kijken. Die spreken natuurlijk in de eerste plaats hun ondertoezichtstaanden aan. En dat is waarschijnlijk precies wat burgers het idee geeft dat ‘het hier allemaal goed geregeld is’. Van toezichthouders wordt verwacht dat ze kritisch toetsen of er wel eerlijk, veilig en schoon gewerkt wordt en dat ze ingrijpen zodra dat niet het geval is. Dat moet natuurlijk volledig rechtmatig, behoorlijk, proportioneel en transparant gebeuren. Want toezichthouders vormen onderdeel van de rechtsstaat, en ook die is cruciaal voor het maatschappelijk vertrouwen. Effectiviteit zou helemáál mooi zijn, maar voor de meeste burgers is de manier waarop effecten tot stand komen minstens zo belangrijk.

Kritisch toezicht helpt beleid

Toezicht alléén leidt niet tot vertrouwen, effectief beleid wel. Toezichthouders kunnen een handje helpen door beleidsmakers te wijzen op knelpunten of lacunes in het beleid. Bijvoorbeeld door bij Nieuwsuur te betogen dat gaswinning gevaarlijk is. Door met een ‘Staat van het Onderwijs’ duidelijk te maken dat het onderwijsstelsel ongelijkheid in de hand werkt. Of door alarm te slaan over falende jeugdzorg of wantoestanden in de opvang van vluchtelingen.

Het is maar de vraag of belanghebbenden extra vertrouwen krijgen door een activistische, in sommige ogen partijdige, toezichthouder.

Zo beschermen toezichthouders zwakkeren in de samenleving die anders niet makkelijk gehoord worden. En dat geeft burgers dan weer extra vertrouwen.

Een ingewikkelde balans

Uiteraard is opkomen voor specifieke belangen nogal tricky, er zijn namelijk altijd ook andere belangen. En het is maar de vraag of de belanghebbenden extra vertrouwen krijgen door een activistische, in sommige ogen partijdige, toezichthouder. Want als je niet alleen misstanden signaleert, maar ook aangeeft hoe het beleid zou moeten zijn, begeef je je op politiek terrein. Daarmee zouden toezichthouders hun neutrale positie kwijt kunnen raken. Bovendien kan openlijke tegenspraak tegen overheidsbeleid ook het vertrouwen in de overheid ondermijnen. Hetzelfde geldt wanneer er aan de lopende band incidenten en schandalen worden onthuld.

Tegelijkertijd is die openheid hard nodig om vertrouwen te wekken. Als men de indruk krijgt dat er allerlei kwalijke zaken onder de pet worden gehouden, neemt het vertrouwen zó erg af dat er ruimte ontstaat voor complotdenken.

Transparantie is noodzakelijk

Al met al is de relatie tussen transparantie en vertrouwen een bijzonder lastige. Ik denk dat de oplossing daarom vooral te vinden is bij transparantie als gewoonte. Wat dat betekent in de praktijk? Dat toezichthouders bevindingen publiek rapporteren en overzichtelijk publiceren. Dat ze hun aanpak, methoden en technieken van toezicht uiteenzetten. En dat ze redeneringen achter oordelen en interventies toelichten.

Naast zulke transparantie zou overigens ook openheid de gewoonte moeten zijn: openheid voor kritiek.

En het gevolg hiervan? Hopelijk een goed voorbeeld voor andere overheidsorganisaties. Ambtenaren die zien dat je er bij fouten niet op wordt afgerekend als openbaarheid het uitgangspunt is. En voor politici, journalisten en onderzoekers is het prettig dat ze niet om elk brokje informatie hoeven te bedelen. Bovenal krijgen burgers inzicht in hoe de overheid werkt. Dat kan heel vertrouwenwekkend zijn doordat de Nederlandse overheid behoorlijk goed werkt.

Openheid is kers op de taart

Naast zulke transparantie over het eigen handelen zou overigens ook openheid voor de meningen van anderen de gewoonte moeten zijn: openheid voor kritiek. Openheid voor de opvattingen en vragen van anderen. En openheid om toe te geven dat je niet alles weet. Als transparantie en openheid de norm zijn, kunnen mensen erop vertrouwen dat er niks voor hen wordt verzwegen en dat het hier in Nederland allemaal best goed geregeld is.

Hadewych van Kempen

is strategisch kennisadviseur bij Bureau Inspectieraad. Ze heeft in Leiden politicologie gestudeerd, gevolgd door een gevarieerde loopbaan bij instellingen in en rond de overheid (WRR, een ngo, de Algemene Rekenkamer, een inspectie en ministeries). Sinds september 2022 is zij voor een jaar de vaste columnist voor ToeZine. Elk kwartaal verschijnt er een column van haar hand met een uitgesproken mening over goed toezicht. Zo wil zij toezichthouders prikkelen tot nadenken. Dit is haar tweede column.