Ga naar de inhoud

15 jaar Inspectieraad: dienaar van het publieke belang

Slagvaardige, onafhankelijke inspecties die samenwerken in het publieke belang. Daarbij wil de Inspectieraad rijksinspecties zo goed mogelijk helpen. Nu bestaat de raad vijftien jaar. Waarom was de oprichting in 2007 zo hoognodig? En hoe staat het er nu voor? Voormalig inspecteur-generaal Kete Kervezee was lid van het eerste uur en blikt terug. En huidig lid en inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen Theodor Kockelkoren kijkt met haar vooruit.

Afbeelding van een spinnenweb
Foto: Shannon Potter op Unsplash

Wat waren de redenen in 2007 om de Inspectieraad op te richten?

Kervezee: “Ik was toen net inspecteur-generaal af bij de Onderwijsinspectie en begonnen als IG bij de Inspectie Sociale Zaken. In de jaren ervoor had ik meegemaakt hoe de Onderwijsinspectie dankzij de Wet op het onderwijstoezicht onafhankelijker van het ministerie was geworden, onder andere omdat onze rapporten binnen een maand naar de Tweede Kamer moesten. Die ontwikkeling van meer onafhankelijkheid zag je bij andere inspecties ook.”

“Als rijksinspecties waren we in die tijd al verenigd in het veel informelere Inspectieberaad, maar we wilden officiëler samenwerken. Met als belangrijkste doel om samen meer vanuit het publieke belang te handelen. Onderlinge kennisdeling moest de verkokering van het toezichtsveld tegengaan. En onze professionaliteit zou een boost krijgen. Samen sta je sterker, dat was ons idee. Ook als partner in de keten van beleid, uitvoering en toezicht.”

Hoe reageerden ministeries op jullie plan?

Kervezee: “Dat zorgde in het begin wel voor onrust bij secretarissen-generaal (SG’s) op de ministeries. Er was wantrouwen: wat moesten die inspecties samen? Maar uiteindelijk hebben de SG’s de Inspectieraad toch erkend. Ook zij zagen wel dat het ons er niet om ging criticaster van het beleid en de uitvoering te zijn. We hadden natuurlijk geen toestemming nodig om samen te komen, maar we wisten wel dat we meer konden bereiken als we werden erkend als overlegorgaan.”

“We wisten dat we meer konden bereiken als we werden erkend als overlegorgaan.”

Hoe verliep de opstart van de Inspectieraad?

Kervezee: “Al snel ontstond ons eerste scholingsprogramma voor inspecteurs. Ook kwamen nieuwe samenwerkingen tussen toezichthouders en andere stakeholders makkelijker van de grond. Zoals het Integraal Toezicht Jeugdzaken, nu Toezicht Sociaal Domein. Daarin zaten de inspecties voor jeugdzorg, gezondheidzorg, onderwijs, sociale zaken en de politie.”

“Die samenwerking was gestart naar aanleiding van een brand bij een gezin waarbij zes kinderen omkwamen. Het gezin bleek bij 22 instellingen in het vizier te staan, maar niemand voelde voldoende eigenaarschap om in te grijpen. Het integrale toezicht helpt dat soort situaties voorkomen. Het toezicht werd er minder verkokerd door en we konden nu in het sociaal domein bekende middelen opbouwen zoals gezamenlijk 24/7 zicht, early warnings en doorzettingsmacht.”

“We zijn een steeds gelijkwaardiger partner voor beleid en uitvoering.”

“Door onze formele samenwerking in de Inspectieraad werden we als inspecties ook nog interessanter voor het beleid en de uitvoering. Rijksinspecties komen namelijk veel over de vloer bij ondertoezichtstaanden en toezichtgenietenden. Door dat contact met burgers zien we ook of zij echt bediend worden. En of het beleid effectief wordt uitgevoerd. Die kennis konden we als Inspectieraad ook weer met beleid en uitvoering delen.”

Theodor Kockelkoren
Theodor Kockelkoren (foto: Paul Voorham)

Hoe staat het anno 2022 met de Inspectieraad?

Kockelkoren: “Diezelfde lijnen van kennisdelen en professionalisering zijn er nog steeds. We hebben nu de Academie voor Toezicht, die steeds meer opleidingen aanbiedt. Ook zijn we een programma rondom innovatie van toezicht opgestart. Inclusief een kennisverdiepingsprogramma met de wetenschap. Dit soort samenwerkingen zijn alleen mogelijk omdat we kunnen voortbouwen op wat er vijftien jaar geleden al is neergezet door Kete en haar collega’s.”

En met de onafhankelijkheid van inspecties?

Kockelkoren: “Toezicht is duidelijk belangrijker geworden in de keten van beleid en uitvoering. Wij zijn daarin een steeds gelijkwaardigere partner. Zo beperkten ministers bewust hun eigen bevoegdheden richting inspecties in 2016 met de ‘Aanwijzingen inzake de rijksinspecties’. Maar dat ministers dat willen is niet genoeg, om het écht officieel te maken moet het bij wet vastgelegd worden door de Tweede Kamer. Destijds vonden de SG’s dat een brug te ver, maar inmiddels is die ruimte er wel met de Wet op de rijksinspecties die in de maak is.”

Hoe staat de Inspectieraad tegenover de Wet op de rijksinspecties?

Kockelkoren: “Wij zien graag wat ministers in de Aanwijzingen al wilden verankerd in de Wet op de rijksinspecties. Maar wel met aanpassingen. Zo mag de minister volgens de Aanwijzingen nog in individuele gevallen ingrijpen in ons toezicht. Die clausule zouden wij graag zien vervallen. De minister heeft dan nog steeds alle ruimte om in te grijpen, maar dan gewoon via beleid en wet- en regelgeving. Over dit punt wordt er door sommigen nog geaarzeld in Den Haag en dit is een discussie die ongetwijfeld ook in de Kamer gevoerd gaat worden.”

“Een ander element waarvan we hopen dat hij in de nieuwe wet wordt opgenomen is de financiering van toezicht. We merken nu dat er vaak indirecte politieke sturing is in het werk van inspecties. Zo worden bepaalde begrotingsverzoeken niet gehonoreerd. Of alleen onder bepaalde voorwaarden. Wij vinden daarom dat er afspraken rondom de begrotingscyclus moet komen. Zo is indirecte sturing niet meer mogelijk en weten inspecties waar ze aan toe zijn. Bovendien wordt de financiering van inspecties dan veel transparanter voor de Kamer.”

“Daarnaast willen we in de wet vastleggen hoe inspecties communiceren met de minister en de Tweede Kamer. Nu zit de minister nog tussen de inspectie en de Kamer. Wij zouden graag zien dat de minister onze rapporten binnen een afgesproken termijn doorstuurt naar de Kamer. Daarna zou het mogelijk moeten zijn voor de Tweede Kamer – of zelfs voor individuele parlementariërs – om een technische bijeenkomst bij ons aan te vragen. Dat loopt nu nog via de minister. Terwijl direct contact met ons ervoor zou zorgen dat de Kamer zich sneller en veel beter kan informeren.”

En het publieke belang, weten rijksinspecties dat inmiddels goed te dienen?

Kockelkoren: “We hopen dat met de nieuwe wet stevig verankerd wordt wat de rol van een inspectie is, als volwassen partner van beleid en uitvoering. Los daarvan ontwikkelt de samenwerking tussen ministeries en inspecties zich. Ik denk bijvoorbeeld dat inspecties nu sneller de neiging hebben om de ogen en oren van de minister zijn. Doordat wij signalen in de samenleving oppikken, kunnen we naar beleidsmakers terugkoppelen of hun beleid naar behoren uitpakt.”

“De Inspectieraad kan toezicht verbeteren door de burger een belangrijker rol te geven.”

“Wel is het van belang dat beleidsmakers die signalen met open armen ontvangen. En dat is lang niet altijd het geval. Als inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen heb ik dat de afgelopen jaren vaak genoeg meegemaakt. Gelukkig zie ik ook daar de laatste jaren verbetering in.”

Hoe kan de Inspectieraad nog verder verbeteren?

Kervezee: “Wat mij betreft door het burgerperspectief een belangrijkere rol in toezicht te geven. Bijvoorbeeld met burgerpanels of andere interactieve ontmoetingsvormen. Als je de burger serieuzer neemt, kun je als toezichthouder helpen het vertrouwen in de overheid (deels) te herstellen. Zo denk ik dat je met het burgerperspectief een kwestie als de toeslagenaffaire eerder in het vizier krijgt. Of zelfs kunt voorkomen.”

Kockelkoren: “Burgers kunnen ons daarnaast helpen om aandacht te geven aan minder waarschijnlijke scenario’s. De uitdaging is dat je niet met elke burger kunt praten. Bovendien kunnen hun observaties erg subjectief zijn. Hoe schat je die op juiste waarde? Dat moeten we nog in onze dagelijkse praktijk zien te verweven. Op dit vlak valt voor ons inderdaad nog een wereld te winnen.”

Kervezee: “We moeten het ons ook aantrekken dat er nu vier enquêtecommissies zijn – dat zijn er wat mij betreft vier te veel. Dit ondermijnt het vertrouwen in de democratie. En dat herstel van vertrouwen is iets dat wij moeten aanpakken, samen met beleid en uitvoering.”

“We mogen er trots op zijn dat we met de Inspectieraad al vijftien jaar een platform hebben om snel bruggen te slaan.”

Kockelkoren: “Die vier enquêtecommissies laten zien dat de overheid minder in staat is complexe opgaven het hoofd te bieden. Ze zijn misschien ook een teken dat wij als rijksinspecties onvoldoende misstanden weten te agenderen. Ik geloof dat de Inspectieraad met haar samenwerkingen tussen inspecties én stakeholders wel een deel van het antwoord is. Samen gaan we verkokering tegen, spreken we burgers en hebben we de positie om kwesties met maatschappelijke urgentie aan de kaak te stellen. We mogen er trots op zijn dat we nu al vijftien jaar als rijksinspecties een platform hebben dat ons helpt om snel bruggen te slaan.”

Over de Inspectieraad

De Inspectieraad is een samenwerkingsverband van rijksinspecties. De inspecteurs-generaal van alle elf rijksinspecties hebben zitting in de raad. Daarnaast zijn de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht en de Nederlandse Emissieautoriteit geassocieerde leden. De raad komt maandelijks bijeen en heeft als doel om toezicht continu te versterken en te verbeteren.

Dit doet de Inspectieraad met programma’s als het Programma Innovatie Toezicht, de eigen Academie voor Toezicht, werkgroepen (op dit moment drie: Governance & Financiering; Publiek Vertrouwen en Kwaliteitsborging) en bijeenkomsten als het jaarlijkse Toezichtfestival. Over het 15-jarig bestaan, maakte de Inspectieraad een speciale jubileumpodcast .