Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Strenge regels beperken inzet drones voor toezicht en handhaving

Strenge regels beperken inzet drones voor toezicht en handhaving

Drones met camera's inzetten voor toezicht en handhaving. Het lijkt een logische stap naar de toekomst en de technische mogelijkheden worden steeds groter. Toch zitten er nog heel wat haken en ogen aan, vertelt Casper Steenstra-Praamsma, landelijk projectleider onbemande luchtvaartuigen bij de politie.

De mogelijkheden van drones lijken eindeloos. Niet alleen fotografen en filmmakers zijn verzot op de luchtbeelden, ook verschillende overheidsinstanties gaan maar wat graag met de apparaten aan de slag. Logisch, want beelden vanuit de lucht zijn ideaal in allerlei situaties waarbij overzicht nuttig of zelfs nodig is. Denk aan het inspecteren van infrastructuur of toezicht houden op het strand. In 2014 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan dat het voor gemeenten mogelijk maakte om mobiele camera’s – waaronder drones – in te zetten bij toezicht en handhaving. Daarvóór was dit alleen voorbehouden aan de opsporingsdiensten. Toch lijkt het er nog niet op dat toezichthoudende instanties massaal het luchtruim bevolken met onbemande luchtvaartuigen.

(Nog) geen resultaat

Zeker, er zijn inmiddels enkele gemeenten die experimenteren met drones bij toezicht. Zoals de gemeente Nissewaard, die drones onder meer voor het opsporen van asbest en drugstransporten wil inzetten. Ook de provincie Overijssel kondigde in 2016 een pilot aan voor de inzet van een drone bij de inspectie van een bedrijventerrein. Maar verder is het stil aan het dronefront. Over de uitkomsten van de genoemde experimenten wordt niet gerept en beide overheden kunnen of willen hier desgevraagd liever niets over kwijt: de experimenten hadden niet de verwachte resultaten of lopen nog.
De inzet van drones met camera’s bij toezicht en handhaving lijkt een mooie toepassing, maar je loopt al snel tegen beperkingen aan.
“Dat is goed te verklaren”, zegt Casper Steenstra Praamsma, landelijk projectleider drones bij de politie. “De inzet van drones met camera’s bij toezicht en handhaving lijkt een mooie toepassing, waar veel toezichthouders wel iets in zien. Maar als ze dan de wet- en regelgeving erbij pakken, lopen ze al snel tegen beperkingen aan. Zo is het volgens de Luchtvaartwet allereerst niet toegestaan om boven mensenmassa’s of aaneengesloten bebouwing te vliegen. Juist de plek waar toezicht met een drone gewenst kan zijn. Daarnaast moet je, als je beroepsmatig met een drone wilt vliegen, beschikken over een speciaal vliegbrevet. Dat betekent dus dat je een intensieve opleiding moet volgen, vlieguren moet maken en registreren en dat je toestel aan de normen moet voldoen. Veel toezichthouders schrikken daar behoorlijk van terug. Een laatste groot nadeel is dat het vanwege de veiligheid niet mogelijk is om te vliegen bij regen, veel wind of sterke zonkracht.”

Verkeersongevallen en forensische opsporing

Ondanks de strenge wet- en regelgeving ziet de Nederlandse politie zeker de voordelen van de inzet van drones voor hun werk. In tegenstelling tot sommige andere toezichthouders is de politie al ver in het verkennen van de mogelijkheden en effectiviteit van dit instrument. Hiervoor is in 2015 de landelijke projectorganisatie onbemande luchtvaartuigen opgezet, waarvan Steenstra de projectleider is. Steenstra: “We houden ons op dit moment bezig met onderzoek naar de inzet van drones binnen vijf deelgebieden, waaronder verkeersongevallen en forensische opsporing. We gebruiken de drones dan om een gebied gedetailleerd te bekijken om zo situaties in beeld te krijgen die vanaf de grond niet zichtbaar zijn.”

Proeftuin

“De politie heeft op deze gebieden al een aantal succesvolle experimenten uitgevoerd”, vertelt Steenstra. “Bijvoorbeeld in Nunspeet, waar we door middel van een drone in staat waren om een plaats delict in het bos in kaart te brengen. Inmiddels zijn zeventien agenten bevoegd om met een drone te vliegen. En in oktober starten we een ‘proeftuin’ in Noordoost-Nederland. Hier gaan we de drones structureel inzetten bij forensische zaken en reconstructies van verkeersongevallen.
We gebruiken drones om situaties in beeld te krijgen die vanaf de grond niet zichtbaar zijn.

Met bloed geschreven

Ook de politie moet zich aan de strenge regelgeving op het gebied van luchtvaart houden. Een goede zaak, vindt Steenstra. “De Luchtvaartwet is er niet voor niets. Hij is als het ware met bloed geschreven – elke keer als er een ongeval met een luchtvaartuig plaatsvond, is hij aangepast. Wie zijn wij dan om daar als organisatie aan te tornen? Zo vliegen wij met onze drones nooit in het donker, nooit hoger dan toegestaan en altijd met drie man, waaronder één persoon die op de veiligheid toeziet. Wel kunnen we in bepaalde gevallen ontheffing aanvragen. Bijvoorbeeld als we dicht bij een gebouw willen vliegen. Dit gaat altijd in overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu. We moeten in dat geval vooral kunnen aantonen dat we veilig kunnen vliegen en een gebied bijvoorbeeld afsluiten voor publiek. Het is ook een van de redenen dat we voor Noordoost-Nederland hebben gekozen als proeftuin. Omdat het hier minder dichtbevolkt is, kunnen we die veiligheid eerder garanderen dan in de Randstad.”

Niet overschatten

Steenstra ziet de drone als een waardevolle toevoeging op de instrumenten die de politie al tot haar beschikking heeft. Een drone levert een completer overzicht van de omgeving dan een auto, is goedkoper in aanschaf en gebruik, sneller inzetbaar en wendbaarder dan een helikopter. Toch moeten we de voordelen van de drone ook niet overschatten. “Een drone biedt in eerste instantie slechts antwoord op een informatievraag. Het is dus altijd goed om je af te vragen: welke informatie heb ik nodig en hoe ga ik die verkrijgen? De inzet van een onbemand luchtvaartuig komt in dat geval, door de vele regels en voorwaarden, vaak niet eens als beste optie uit de bus.”

Drones bij rijksinspecties

Naast de politie onderzoeken verschillende rijksinspecties het nut en de mogelijkheden van drones voor hun werk. Zo loopt er bij de NVWA een experiment rondom de inzet van onbemande luchtvaartuigen bij de inspectie van bomen op ziektes die voornamelijk in boomtoppen voorkomen. Daarnaast zet de autoriteit dit najaar voor het eerst drones in om de maïsoogst in Brabant in de gaten te houden. Maïstelers moeten direct na oogst zogeheten 'vanggewas' zaaien om te voorkomen dat overgebleven mineralen in het grondwater terechtkomen. De drones van de NVWA registreren waar maïs is geoogst en of er vanggewas is ingezaaid. Telers die dit nalaten, riskeren een boete. Omdat voornamelijk boven landelijke gebieden wordt gevlogen, heeft de NVWA minder last van de strenge eisen uit de strenge Luchtvaartwet, licht een woordvoerder toe. Wel is de organisatie nog op zoek naar inspecteurs die bevoegd zijn om per drone deze inspecties uit te voeren.
Of de drone een effectieve toevoeging is voor het instrumentarium van toezicht en handhaving zal moeten blijken. Aan het aantal experimenten en onderzoeken dat momenteel loopt zal het niet liggen. Grote vraag daarbij zal zijn: wegen de nadelen – zoals het moeten voldoen aan de strenge wet- en regelgeving en niet kunnen vliegen bij slecht weer – op tegen de voordelen? De toekomst zal het leren.