Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Aanpak adresfraude: waar wonen mensen écht?

Bekijk het filmpje met uitleg over adresfraude op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/privacy-en-persoonsgegevens/adresfraude

Aanpak adresfraude: waar wonen mensen écht?

Op een gemiddelde dag verhuizen er in Nederland meer dan 4.000 mensen. Zij geven hun adreswijziging door aan familie en vrienden, en als het goed is ook aan de gemeente. Die past het aan in de landelijke administratie: de Basisregistratie Personen (BRP). Soms gaat daarbij iets mis. Of mensen plegen juist met opzet adresfraude. Toezicht op de BRP is dan ook onmisbaar. Dat gebeurt onder meer via de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit.

Een belastingschuld ontwijken, ten onrechte huursubsidie ontvangen, illegaal onderverhuren: een met opzet verkeerde inschrijving in de BRP (of juist géén inschrijving) biedt volop mogelijkheden voor fraude. Daar kan de overheid de dupe van zijn, maar ook andere burgers. Bijvoorbeeld als iemand gekort wordt op een toeslag of uitkering omdat er ook andere personen op het adres staan ingeschreven. Met de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) verbetert de overheid de kwaliteit van de BRP en bestrijdt zo fraude met adresgegevens.
LAA is een samenwerking van de rijksoverheid, uitvoeringsorganisaties en meer dan 260 gemeenten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties is opdrachtgever en heeft bij ICTU (ICT-uitvoeringsorganisatie binnen de overheid) een projectorganisatie ingericht. Die biedt ondersteuning aan meer dan duizend direct betrokken ambtenaren in het hele land met risicosignalen, kennis en ervaring over het onderzoeken van fenomenen als ‘schijnverlating’ en ‘schijnbewoning.’ De aanpak blijkt succesvol: alleen al in 2016 ontstonden hierdoor meer dan 10.000 correcties in de BRP.

De aanpak in een notendop

Een zo correct mogelijke BRP is voor veel overheidspartijen erg belangrijk. De Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank bijvoorbeeld gebruiken de BRP om uitkeringen en toeslagen te verstrekken. Ook gemeenten baseren zich op deze database voor de adresgegevens van hun inwoners.
“Alle gebruikers van de BRP letten scherp op mogelijke ‘signalen’.”
Alle gebruikers van de BRP letten scherp op mogelijke ‘signalen’: adressen waarvan zij betwijfelen of de gegevens in de BRP kloppen. De landelijke projectorganisatie voegt die signalen samen en stuurt iedere deelnemende gemeente haar eigen signalenlijst. Die gemeenten gaan vervolgens op onderzoek uit om te zien of de signalen kloppen. Blijkt er inderdaad iets mis te zijn, dan informeren zij de landelijke projectorganisatie hierover en passen ze de gegevens aan in de BRP.

In de praktijk: Utrecht

De gemeente Utrecht sloot zich vorig jaar aan bij de LAA. Dat was niet vanzelfsprekend, vertelt Ger van Vliet, toezichthouder bij de afdeling Vergunningen, Toezicht & Handhaving. “Het was voor ons een behoorlijke uitdaging om capaciteit te vinden voor het onderzoekswerk. Ik denk dat capaciteitsgebrek een belangrijke reden is waarom nog niet alle gemeenten zijn aangesloten bij deze aanpak.”
Door het project in de beginfase kleinschalig op te zetten en van iedere afdeling een paar uren samen te voegen, kan de gemeente Utrecht nu toch een projectteam van vier mensen inzetten. “Ieder van hen houdt zich een deel van de week bezig met adresonderzoek. Het is een integraal team met toezichthouders van de afdelingen Werk & Inkomen, Vergunningen, Toezicht & Handhaving en Burgerzaken. We leren veel van elkaar in de praktijk, bijvoorbeeld hoe we huisbezoeken aanpakken.”
“Als een signaal vanuit de LAA matcht met onze eigen informatie, is de kans groot dat er op dat adres écht iets aan de hand is.”

Signalen matchen en onderzoeken

Signalen vanuit de LAA komen binnen bij de projectleider. Die stuurt deze gegevens eerst door naar de teamleden van de drie afdelingen. Zij leggen de risicoadressen naast hun eigen signalenlijst. “Zo kunnen we prioriteiten bepalen”, vertelt Hans Mink, toezichthouder BRP bij de afdeling Burgerzaken. “Als een signaal vanuit de LAA matcht met onze eigen informatie, is de kans groot dat er op dat adres écht iets aan de hand is. Dus dat onderzoeken we dan het eerst.”
Zo’n adresonderzoek start met een huisbezoek door twee toezichthouders. Ze vertellen de bewoner over het signaal dat ze hebben ontvangen en vragen wie er woont. “Soms wordt tijdens dit huisbezoek meteen alles duidelijk”, legt Mink uit. “Dan kunnen we het adresonderzoek afronden en eventueel een aanpassing maken. Maar iemand die fraudeert, geeft hij dat natuurlijk lang niet altijd direct toe. Het helpt vaak om de omgeving in je op te nemen. Dan vallen kleine dingen je op. Als er bijvoorbeeld tien paar schoenen bij de trap staan, is het niet waarschijnlijk dat iemand alleen woont.”
“Als er tien paar schoenen bij de trap staan, is het niet waarschijnlijk dat iemand alleen woont.”
Als de controleurs na het huisbezoek nog steeds denken dat het signaal klopt, maar dit niet kunnen bewijzen, gaat het onderzoek verder. Het team speurt naar extra informatie, bijvoorbeeld door te informeren bij de politie of DUO. “Als we niemand aantreffen, bezoeken we het adres nog minimaal twee keer. Na drie vergeefse pogingen bekijken we of verder gezamenlijk onderzoek gewenst is of dat de afdeling met het grootste belang het onderzoek zelfstandig oppakt. In dat laatste geval wordt het adres wel afgesloten binnen de LAA.”

Mooie bijvangst

Gemeenten ontvangen vanuit de LAA per afgerond adresonderzoek een vergoeding van 70 euro. Dat bedrag dekt niet de kosten van een adresonderzoek. “Dat onderzoek verdient zichzelf op een andere manier terug”, stelt Van Vliet. “De BRP op orde krijgen is het hoofddoel van deze aanpak. Als we fraude opsporen, betekent dat bijvoorbeeld een besparing op een uitkering of meer inkomsten uit belastingen.”
“We zijn door de huisbezoeken beter zichtbaar voor inwoners en we kunnen sneller ingrijpen.”
“Het is bovendien onze taak als gemeente om de bewoonbaarheid en veiligheid van onze burgers te waarborgen. Dat mag best geld kosten. We zijn door de huisbezoeken beter zichtbaar voor onze inwoners en kunnen sneller ingrijpen als dat nodig is. Soms zien we bijvoorbeeld dat de veiligheid van een huis niet op orde is of zelfs dat er illegale prostitutie plaatsvindt.” Een andere mooie ‘bijvangst’ is de succesvolle interne samenwerking. “Utrecht is een grote gemeente. Wij hebben het voor elkaar gekregen om daarin toch korte lijntjes te leggen tussen de afdelingen. Daar zijn we best trots op.”

Privacywet maakt integraal werken lastig

De nieuwe privacywet maakt écht integraal werken soms lastig. Zo is het uitwisselen van gegevens tussen verschillende instanties aan strengere regels gebonden. En zelfs binnen afdelingen van een gemeente mogen gegevens niet zomaar worden uitgewisseld. Ger van Vliet: “Het is niet eenvoudig om gegevens over bewoners in de stad met andere afdelingen te delen. Maar natuurlijk hebben we wel een functie als ogen en oren van de stad. Als wij bijvoorbeeld een leerplichtig kind onder schooltijd thuis aantreffen, maken we daar wel een melding van bij de afdeling die daarover gaat.”

Focus verleggen

Iedere maand vijftig huisbezoeken afleggen is het doel dat de gemeente Utrecht zichzelf heeft gesteld. Vaak lukt dat ook, maar daarmee zijn lang niet alle signalen behandeld. Van Vliet: “We ontvangen er ongeveer honderd per maand. Om er meer te kunnen afhandelen, hebben we een groter team nodig en moeten we samen met de LAA de prioriteiten voor Utrecht anders leggen. Studentencampussen bezoeken we bijvoorbeeld regelmatig. Vaak stuiten we daar niet op fraude, maar eerder op laksheid. Denk aan een student die vergeten is zich uit te schrijven of niet eens weet dat dit moet. Als we ons minder op deze studenten focussen, houden we tijd over om aan de slag te gaan met de echte probleemgevallen.”

Een verhaal achter ieder adres

Hans Mink: “Het mooie aan dit werk is dat je écht iets kunt betekenen voor inwoners van Utrecht. Achter ieder adres gaat een verhaal schuil. Lang niet altijd gaat het om bewuste fraude. We komen regelmatig schrijnende gevallen tegen. Mensen die bijna niet anders kunnen dan frauderen om hun hoofd boven water te houden. Die melden we aan bij de juiste instanties. Dat zie ik ook als onze taak. Een harde aanpak bij iemand die bijna kopje onder gaat, werkt juist averechts.”

“We zijn dus ook probleemoplossers. Laatst spoorden we bijvoorbeeld een man op die nog 20.000 euro aan alimentatie schuldig was aan zijn ex-vrouw. Zij had het al jaren niet breed en kreeg dankzij ons onderzoek weer wat lucht, omdat haar man weer betalingen ging doen. Met dat onderzoek brachten we én de BRP beter op orde én maakten we een inwoner blij. Zulke situaties geven enorm veel voldoening.”