Hoe voorkom je misstanden met kunstgrasvelden? Vijf omgevingsdiensten onderzochten het recent met een barrièremodel. Om er uiteindelijk voor te zorgen dat kunstgrasvelden geen schade meer opleveren voor het milieu. Dankzij het model kregen zij inzicht in de keten van kunstgrasmatten – van aanleg tot verwerking – en dus ook in wat er nodig is om milieudelicten te voorkomen. Zij delen bij ToeZine hun casus ter inspiratie.

Door heel Nederland wordt er buiten gesport op kunstgrasmatten. Die populariteit neemt alleen maar toe, net als kritiek op de matten. Zo zouden de rubberkorrels die op de mat liggen – ook wel infill genoemd – mogelijk gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. En blijken diezelfde korrels milieuvervuilend. Ook kwamen recyclingbedrijven in het nieuws die de milieuregels overtraden. Zo liggen sommige afgedankte matten jarenlang opgestapeld zonder de juiste vergunning. Of ze worden naar het buitenland verscheept.
Welke stappen moet je zetten om fouten te maken bij de verwerking van een kunstgrasveld? Het klinkt als de omgekeerde wereld, maar met die insteek onderzochten de omgevingsdiensten waar mogelijke problemen zitten – van aanleg tot daadwerkelijke verwerking van een kunstgrasveld. Per stap omschrijven ze in het barrièremodel welke partijen erbij betrokken zijn en welke barrières je kunt opwerpen om milieuschade te voorkomen.
De stappen
De omgevingsdiensten identificeren dat het op zeven verschillende momenten in het leven van een kunstgrasveld kan misgaan. Dat begint al bij de aanleg, maar ook bij het onderhoud, de renovatie, de inzameling, de tussentijdse opslag, het transport en de verwerking kan er verkeerd worden gehandeld. En op deze momenten zijn er veel verschillende partijen betrokken. Naast eigenaren en beheerders van sportvelden zijn dat renovatiebedrijven, vervoerders, (beheerders van) tussenopslag van afvalstoffen, afvalstofverwerkers en afzetters van afvalstoffen.
“Dankzij het barrièremodel identificeerden de omgevingsdiensten zeven momenten waarop het mis kan gaan met kunstgrasvelden.”
Wat gebeurt er tijdens deze verschillende momenten door deze verschillende partijen? Een greep uit de risico’s: rubberkorrels kunnen worden verspreid in de omgeving en die zo vervuilen. Afvoer van drainagewater bij de verwerking van kunstgrasmatten kan het grondwater vervuilen. En als afvoer van afvalstoffen door niet-erkende verwerkers gebeurt, kunnen die afvalstoffen in het milieu terechtkomen. Tot slot: opstapeling van oude kunstgrasmatten in de tussenopslag voordat ze verwerkt worden, brengt grote brandrisico’s met zich mee.
De betrokken partijen
Het belangrijkste inzicht dat de omgevingsdiensten uit dit model haalden was dat gemeenten een grote rol hebben in het voorkomen van overtredingen. En dan vooral bij het onderhoud, de renovatie en de verwerking van afvalstromen. Gemeenten zijn namelijk vaak de eigenaar van dit type velden. Zij besteden de exploitatie ervan vervolgens uit aan derden. Als gevolg van dit barrièremodel adviseren omgevingsdiensten hun gemeenten om eisen te stellen aan de aanleg, het onderhoud en de renovatie.
“Als gemeenten een zorgplicht vastleggen in hun beleid, dan kunnen overtreders vervolgd worden.”
Andere betrokken partijen krijgen onder dit model dus te maken met barrières die via de gemeente worden opgeworpen. Een eventuele volgende stap zou kunnen zijn dat er ook nog barrières worden opgeworpen door andere betrokkenen. Maar daar voorziet het model op dit moment niet in.
De barrières
Een gemeente werpt het best barrières op door een zorgplicht voor de velden vast te leggen in hun sportbeleid, de sportvisie of sportnota. Zo’n plicht geldt dan voor bedrijven en sportverenigingen die betrokken zijn bij aanleg, renovatie en verwerking van kunstgrasmatten. Dankzij die plicht kunnen zij strafrechtelijk worden vervolgd als ze niet voldoen aan de vastgestelde eisen. Dat gebeurde recent bijvoorbeeld al bij een sportveld in Enschede. Daar kreeg de sportveldexploitant een boete van 10.000 euro opgelegd, omdat de grond verontreinigd raakte door rubberen korrels na onderhoud van de kunstgrasmat.
De omgevingsdiensten bevelen gemeenten aan om in datzelfde sportbeleid ook eisen te stellen aan te plaatsen kunstgrasmatten en aan het onderhoud en de renovatie ervan. Denk dan aan eisen voor gebruik van materialen die milieuvriendelijk zijn, het plaatsen van schoonloopmatten bij de uitgangen van het veld en onderhouds- en gebruiksrichtlijnen met praktische uitleg. Voor de renovatie adviseren de diensten om aan te sturen op recycling. En om in de eisen op te nemen waar afgevoerde materialen moeten worden verwerkt. Zij raden gemeenten ook aan om al deze eisen in aanbestedingen voor dit soort velden op te nemen.
De adviezen
De keuze voor een barrièremodel is niet nieuw voor omgevingsdiensten. Zo gebruikten deze vijf omgevingsdiensten het barrièremodel eerder al eens voor de verwerking van asbest. Het zal zeker niet de laatste keer zijn, omdat het een goede manier is om de keten overzichtelijk in kaart te brengen. Een advies voor andere omgevingsdiensten die een barrièremodel willen maken: werk samen met de omgevingsdiensten buiten de regio, anders krijg je de keten nooit goed in beeld. Die gaat namelijk vaak over gemeentegrenzen heen.
“Na het opzetten van een barrièremodel moet je doorpakken met communicatie naar gemeenten.”
Na het maken van een barrièremodel is het belangrijk om door te pakken. Zo hebben de diensten voor gemeenten een handreiking op papier gezet. Daarin staan onder andere adviezen over waar zij op kunnen letten bij de renovatie van kunstgrasvelden. En hoe ze de nieuwe aanpak kunnen borgen in hun beleid. Daarnaast brengen ze gemeenten met elkaar in contact om succesverhalen en best practices te delen. Verschillende gemeenten, waaronder Rotterdam, implementeren inmiddels deze nieuwe aanpak.
De omgevingsdiensten
Dit project was een samenwerking tussen de omgevingsdiensten Brabant Noord, Zuidoost Brabant, Midden- en West Brabant, DCMR Milieudienst Rijnmond en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ).