Ga naar de inhoud

Collega’s bepalen de naleefcultuur

Als een werknemer het belangrijk vindt zich aan de regels te houden, hoe zeker kun je er dan van zijn dat dit ook gebeurt? Niet. Sociaal psychologe Félice van Nunspeet onderzocht de invloed van de sociale omgeving op de naleving van regels op de werkvloer. En die blijkt vooral groot wanneer anderen regelnaleving niet zo belangrijk vinden.

Allemaal gele visjes dezelfde kant op, rood visje de andere kant op

Mateloos geïnteresseerd is Félice van Nunspeet in de motivatie van mensen. “Vooral als het gaat om moraliteit: of en wanneer mensen bereid zijn zich te houden aan waarden en normen. Waarom mensen het goed wíllen doen en toch de regels overtreden. Met vragenlijsten kun je de motivatie van mensen niet optimaal meten. Dan weet je alleen wat mensen hierover zeggen, niet wat ze denken of doen. Gedrag komt ook voort uit onbewuste processen. Om die te onderzoeken, meet ik de hersenactiviteit van mensen, bijvoorbeeld met een EEG.”

Sociaal psycholoog Félice van Nunspeet is universitair docent aan de Universiteit Utrecht en onderzoekt het gedrag van mensen binnen sociale groepen. Om ook onbewuste processen van intenties en neigingen te meten, combineert ze in haar onderzoek zelfrapportages en gedragsmetingen met psychofysiologische en neurowetenschappelijke meetmethodes. Het onderzoek
Félice van Nunspeet

Sociaal psycholoog Félice van Nunspeet is universitair docent aan de Universiteit Utrecht en onderzoekt het gedrag van mensen binnen sociale groepen. Om ook onbewuste processen van intenties en neigingen te meten, combineert ze in haar onderzoek zelfrapportages en gedragsmetingen met psychofysiologische en neurowetenschappelijke meetmethodes. Het onderzoek ‘Alarmbellen in het brein? De invloed van sociale normen op het belang van regelnaleving en op de cognitieve processen onderliggend aan regelnalevend en -overtredend gedrag‘ deed ze samen met sociaal psycholoog Naomi Ellemers van de Universiteit Utrecht.

In haar meest recente onderzoek bestudeerde Van Nunspeet hoe sociale normen op de werkvloer de naleving van regels beïnvloeden. Zie liet deelnemers een scenario lezen waarin de sociale norm voor regelnaleving op de werkvloer beschreven stond. Daarna heeft ze met behulp van vragenlijsten gemeten hoeveel belang medewerkers zelf zeggen te hechten aan regelnaleving. In aanvulling daarop deden deelnemers een veeleisende gedragstaak waarin ze regels in acht moesten nemen. Tijdens deze taak werd met een EEG de hersenactiviteit gemeten. Zo onderzocht ze hoe en waarom medewerkers regels naleven, afhankelijk van hoe hun collega’s daarover denken, en of ze dat van zichzelf door hebben. Zijn mensen bereid om de regels na te leven? Gedragen ze zich daarnaar? En zo niet, overtreden ze dan willens en wetens de regels, of gaat dat onbewust?

“Werknemers die regels overtreden, worden vaak persoonlijk gestraft. Maar dat is weinig effectief als ze worden beïnvloed door sociale normen op de werkvloer.”

Verassend gebrek aan alarmbellen

Van Nunspeet onderzocht de nalevingscultuur met twee onderzoeksgroepen: studenten in het lab en een brede groep werknemers uit verschillende sectoren. Die groep deed online mee aan het onderzoek. Van Nunspeet legde de deelnemers één van drie scenario’s voor met een sociale norm over het naleven van regels voor het werken met persoonsgegevens:

  • In scenario één werd het belang benadrukt dat medewerkers op de werkvloer hechten aan het naleven van de regels (strikte norm).
  • In scenario twee was het naleven van de regels onder medewerkers op de werkvloer van ondergeschikt belang (zwakke norm).
  • In scenario drie ontbrak informatie over hoe er binnen de organisatie over regelnaleving wordt gedacht.

Van Nunspeet zag in de vragenlijsten dat mensen bereid zijn om de regels na te leven, maar dat dit niet versterkt wanneer er een strikte norm heerst (scenario 1). Wel neemt het zelfverklaarde belang van naleving af wanneer er een zwakke norm heerst (scenario 2). “Of werknemers bereid zijn om de regels na te leven, hangt af van de sociale norm op de werkvloer. Van collega’s dus. Vooral als die het wat minder nauw nemen met de regelgeving.

“We gingen ervan uit dat hoe meer aandacht er is voor regels, hoe meer alarmbellen er in je hersenen afgaan als ze worden overtreden. Dat bleek niet het geval.”

Ook zag ze bij deelnemers die kennis hadden genomen van de heersende sociale norm meer hersenactiviteit tijdens het uitvoeren van de veeleisende taak. Ongeacht of het om een strikte dan wel een zwakke sociale norm ging. Dat betekent dat mensen het eigen gedrag meer monitoren als bekend is hoe anderen op de werkvloer over regelnaleving denken. De bevindingen van de hersenactiviteit verrasten Van Nunspeet. “We gingen ervan uit dat hoe meer aandacht er is voor het belang van het naleven van regels, hoe meer alarmbellen er in je hersenen afgaan als ze worden overtreden. Dat bleek niet het geval.”

Wel zag ze in het geval van een zwakke sociale norm dat deelnemers zichzelf ‘mentale schouderklopjes’ gaven als het hen bij de gedragstaak lukte om zich aan de regels te houden. “De bevestiging van dat wat ze goed hebben gedaan werkte belonend, terwijl de hersenen geen extra aandacht besteden aan dat wat niet goed ging.” Simpeler gezegd: als de nalevingscultuur zwak is, letten mensen – onbewust – meer op de regels die ze wél naleven dan op de regels die ze overtreden.

Aandacht voor sociale norm

Wat kunnen organisaties leren van dit onderzoek? Van Nunspeet:“Werknemers die regels overtreden, worden vaak persoonlijk gestraft. Maar dat is weinig effectief als ze worden beïnvloed door sociale normen op de werkvloer. Sancties vanuit de top veranderen dan niks aan de bedrijfscultuur. Maar het mooie is dat de meeste mensen bereid zijn om de regels na te leven. Daar kun je als organisatie winst behalen. Zorg dat je het werknemers zo makkelijk mogelijk maakt. Met duidelijke doelstellingen, bijvoorbeeld, en door oog te hebben voor de regel- en werkdruk. Beloon werknemers bovendien als ze het goed doen. Mensen zijn daar gevoelig voor, en je geeft er een signaal mee af over wat je als organisatie belangrijk vindt want dat blijft nodig. Tot slot is het goed als de top werkomstandigheden creëert die het belang van regelnaleving onderstrepen. Ook daarmee geef je aan wat de norm is.”

“De top moet weten wat er speelt op de werkvloer”, vervolgt Van Nunspeet. “Daar valt nog een wereld te winnen. Ga er niet vanuit dat het voldoende is om regels op papier te zetten. Onderzoek wat er leeft binnen de organisatie. Hoe gaan mensen om met de regels? Is de hoeveelheid regels nog te doen voor werknemers? Dat de top zich alleen al realiseert wat de sociale norm is op de werkvloer maakt verschil. En natuurlijk moeten leidinggevenden zelf het goede voorbeeld geven.”

“Vaak wordt naleving of compliance georganiseerd vanuit het idee dat mensen alles beredeneerd doen.”

Ook voor toezichthouders heeft de onderzoeker aanbevelingen. “Vaak wordt naleving of compliance georganiseerd vanuit het idee dat mensen alles beredeneerd doen. Dat naleving voortkomt uit bewuste en weloverwogen keuzes en dat mensen daar de tijd voor nemen. Maar op de werkvloer is die tijd er vaak niet. In ons onderzoek laten we zien wat in zo’n situatie de invloed is van de sociale omgeving en welke onbewuste denkprocessen er dan een rol spelen. Aansturen op aandacht voor de heersende sociale normen op de werkvloer is dus niet alleen belangrijk omdat die beïnvloeden wat medewerkers zeggen te vinden van naleving, maar ook op hoe en waarom ze daar wel of niet naar handelen wanneer er geen tijd is voor weloverwogen besluitvorming.”

Stukje van de puzzel

Met een mobiel lab gaat Van Nunspeet door met psychofysiologisch en neurowetenschappelijk onderzoek naar regelovertredend gedrag op de werkvloer. Hiermee gaat ze naar organisaties toe. “We weten nog maar weinig over hoe de invloed van anderen – de sociale norm – écht werkt. Het is belangrijk om meer onderzoek te doen naar de onderliggende processen, zodat we beter snappen waarom mensen doen wat ze doen. We hebben nu gekeken naar de onbewuste verwerking van het naleven of overtreden van bepaalde regels; naar alarmbellen en schouderklopjes in het brein. Maar er zijn meer processen relevant die we in kaart kunnen brengen door het meten van hersenactiviteit, hartslag en bloeddruk. Met verschillende meetmethodes krijgen we steeds meer stukjes in handen om de puzzel te leggen.”

Onderzoeksprogramma Handhaving en Gedrag

Het onderzoek ‘Alarmbellen in het brein? De invloed van sociale normen op het belang van regelnaleving en op de cognitieve processen onderliggend aan regelnalevend en -overtredend gedrag’ maakt deel uit van het programma Handhaving en Gedrag van de Belastingdienst, Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Arbeidsinspectie en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV). Bij dit onderzoeksprogramma wordt vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines gekeken naar de grote beleids- en handhavingsvraagstukken. Handhaving en Gedrag richt zich op het ontwikkelen en verspreiden van wetenschappelijke kennis over gedrag in relatie tot regelnaleving.