Ga naar de inhoud

Digitale buurtpreventie goed aangepakt? Luister naar de burger

Een veiliger gevoel, een veiliger buurt én een leefbaardere omgeving. Digitale buurtpreventie zou ervoor moeten zorgen. Daarom stimuleren steeds meer gemeenten burgers om hun buurt in de gaten te houden via apps als Veiligebuurt, Buurtapp, Nextdoor of gewoon WhatsApp. Maar hebben die apps wel het beoogde effect? Volgens onderzoekers uit Rotterdam niet. Tóch zijn er wel redenen voor gemeenten om digitale buurtpreventie in te zetten.

Bord buurtpreventie

Iemand die verdacht lang bij een huis rondhangt. Verkeerd gedumpt vuilnis of een groepje luidruchtige hangjongeren bij een speeltuintje. Er zijn genoeg zaken die een wijk minder leefbaar maken of bewoners een onveilig gevoel geven. Digitale buurtpreventie zou wijken juist weer veiliger en leefbaarder moeten maken. Buurtpreventie is er in vele vormen, de digitale vorm houdt in dat bewoners via een app contact met elkaar houden en verdachte situaties in de app aan elkaar melden en bespreken. Als burgers willen dat politie of gemeente ingrijpen, kunnen ze overgaan tot een melding. Bijvoorbeeld via 112 of 0900-8844.

Alerter en veiliger?

Het idee onder veel gemeentelijke beleidsmakers is dat wanneer bewoners hun buurt samen in de gaten houden, ze alerter worden op verdachte situaties. Beleidsmakers verwachten dat ze daardoor elkaar én de politie of gemeente sneller waarschuwen. Dat heeft dan weer tot gevolg dat politie en gemeente adequater in kunnen grijpen. Hierdoor kunnen buurtbewoners zich veiliger voelen en wordt de buurt veiliger en leefbaarder.

Beleidsmedewerkers zien dus een direct verband tussen het gebruik van buurtapps, meldingsbereidheid, optreden van de politie of gemeente en daarmee toegenomen veiligheid. Of dat ook echt zo werkt, onderzocht Marnix Eysink Smeets met collega’s van de onderzoeksgroep Recht en Veiligheid van de Hogeschool InHolland Rotterdam. In hun rapport ‘Alerte burgers, meer veiligheid? De werking van digitale buurtpreventie in Rotterdam’ ontkrachten ze dit idee én geven ze gemeenten en politie handvatten hoe digitale buurtpreventie wèl kan werken.

“In ons onderzoek geven burgers zelf aan dat ze hun buurt niet veiliger vinden sinds deelname aan een buurtapp.”

Appen niet melden

Eysink Smeets: “In ons onderzoek geven burgers zelf aan dat ze hun buurt niet veiliger zijn gaan vinden sinds deelname aan een buurtapp. En wat vooral opvalt is dat ze niet vaker overgaan tot een melding van misstanden in de wijk, terwijl beleidsmakers daar wèl van uitgaan als ze digitale buurtpreventie aanmoedigen. Juist die grotere meldingsbereidheid zou een groot positief effect op de veiligheid en het gevoel van veiligheid moeten hebben. Maar de berichten in de apps laten zien wat burgers zelf al aangaven. Toen we voor het onderzoek de chatberichten doornamen, zagen we dat er naar aanleiding van de berichten niet méér dan voorheen gemeld werd aan de politie.”

Ook professionals in de wijk – denk: wijkagenten of buurtregisseurs of buurtmanagers van de gemeente – erkennen dat ze nauwelijks meer meldingen krijgen door de apps. Eysink Smeets: “Opvallend is dat gebruikers zelf trouwens weinig illusies hebben over de invloed van de app op veiligheid in de buurt. Die verwachtingen zijn er vooral bij beleidsmakers. Een belangrijke conclusie uit ons onderzoek is dan ook dat beleidsmakers veel preciezer moeten kijken hoe burgers werkelijk denken, en wat burgers werkelijk nodig hebben, willen en kunnen.”

Sociaal en beperkt veiliger

Toch ziet het onderzoeksteam wel de toegevoegde waarde van buurtpreventie-apps. Zo hebben ze sociaal nut: veel gebruikers vinden het fijn om mee te doen in een buurtapp. Ze denken daarnaast ook beter contact te hebben met elkaar én met de overheid, dus met hun wijkagent en de gemeente. Een paar mensen voelen zich bovendien wel veiliger, omdat ze beter zicht hebben op wat er in de buurt speelt. Daar staat helaas wel een veel grotere groep mensen tegenover die zich juist onveiliger voelt, doordat ze nu meer meekrijgen over wat er allemaal in hun buurt gebeurt.”

“Gebruikers van een buurtapp doen vaker een melding bij de gemeente of politie als ze elkaar offline ook al goed kennen.”

Offline contact en eigen initiatief

Apps kunnen in specifieke situaties volgens de onderzoekers overigens wel degelijk bijdragen aan een veiligere buurt. Daarvoor moeten gemeenten en politie wel een extra stap zetten. “We hebben aanwijzingen dat er enkele succesfactoren zijn waardoor de apps wel bijdragen aan veiligheid(sgevoel)”, stelt Eysink Smeets. “Zo doen gebruikers van een buurtapp vaker een melding bij de gemeente of politie als bewoners elkaar offline ook al goed kennen. Daarom is het beter wanneer bewoners zelf een groep vormen. Nu gebeurt het nog vaak bij buurtpreventie-initiatieven dat de gemeente een lijn trekt op de kaart en aanwijst welke bewoners samen in een app komen. Onze uitkomst impliceert trouwens ook dat apps in kleinstedelijke omgevingen misschien wel beter werken, omdat de sociale cohesie daar vaak groter is. Of dit echt zo is, moet uit vervolgonderzoek blijken.”

Melden en terugkoppelen

Een andere succesfactor voor een buurtapp is een beter meldingsproces. Mensen vinden het lastig om te melden: “Ze twijfelen vaak al of ze naar 112 of 0900-8844 moeten bellen. In sociaaleconomisch zwakkere buurten speelt zelfs het betalen voor 0900 mee bij het niet melden. Voor sommigen is het zelfs een principekwestie om niet via een betaald nummer te melden. Verder zien we dat buurtbewoners een terugkoppeling missen na een melding, waardoor ze daarna niet geneigd zijn opnieuw een melding te doen. Is de terugkoppeling beter georganiseerd, dan vergroot dat dus de bereidheid om te melden.”

“De apps hebben veel potentie om een belangrijke informatiebron voor professionals te zijn.”

Marnix Eysink Smeets
Marnix Eysink Smeets

Beheren en informeren

Een andere belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat beheerders van de apps een potentieel belangrijke informatiebron voor professionals zijn. Eysink Smeets: “Wijkagenten gaven aan dat ze geen valse verwachtingen willen scheppen bij buurtbewoners. Zij hebben geen tijd om die apps mee te lezen. Maar er zijn tussenvormen. Op sommige plekken in Rotterdam zijn de beheerders van de buurtapps belangrijke informatiebronnen voor de politie en gemeente.”

Onderzoek en buurpreventie 3.0

Maar Eysink Smeets ziet bovenstaande bevindingen over digitale buurtpreventie nog maar als het begin. Het is de bedoeling dat zijn onderzoeksteam alle bestaande onderzoeken over buurtpreventie in Nederland bundelt en de betrokken onderzoekers bij elkaar brengt: “We willen in gesprek gegaan over wat we nu gezamenlijk weten over buurtpreventie. Daarbij willen we ook professionals betrekken, zoals wijkagenten die al veel ervaring hebben met digitale buurtpreventie. Zo willen we een soort buurtpreventie 3.0 creëren: handvatten voor gemeenten en politie om slimmer, preciezer en realistischer gebruik te maken van digitale buurtpreventie.”