Ga naar de inhoud

Vijftien jaar rookverbod: een kwestie van een lange adem

Het ging met vallen en opstaan, maar vijftien jaar na de ingang van het eerste rookverbod in Nederland gaat het goed met de naleving op werkplekken en in de horeca. Hoe zit het de komende vijftien jaar? Roken is op steeds meer plekken verboden, en wie gaat dat handhaven? Daar ligt maar een beperkte rol voor de toezichthouder, als je het de Alliantie Nederland Rookvrij vraagt. Het initiatief voor naleving én toezicht ligt vooral bij de burger.

Een rij met sigaretten waarbij elke sigaret in de rij meer opgerookt is

Een treincoupé die blauw staat van de rook, dat vonden we vijftien jaar geleden nog normaal. Als een medereiziger nu ook maar een pakje sigaretten tevoorschijn haalt in de trein, kijken we al gek op. “Dit is in een notendop waarom de naleving van het rookverbod zo goed is”, stelt Mischa Stubenitsky, woordvoerder van de Alliantie Nederland Rookvrij. Hierin zijn de Hartstichting, KWF Kankerbestrijding en het Longfonds verenigd.

“Nederlanders vinden het inmiddels niet meer normaal als je rookt in een trein, op een werkplek, op een schoolplein, in of bij een ziekenhuis, in de wachtrij in het pretpark of op een sportterrein. In de horeca en bij evenementen blijft de toezichthouder weliswaar belangrijk, maar burgers hebben een steeds grotere rol als het gaat om toezicht op en naleving van het rookverbod.”

“Naleving vereist dat we diep ingesleten gewoontes, en ideeën over die gewoontes veranderen.”

Op initiatief van burgers

Waarom ziet de alliantie zo’n grote rol voor burgers? “Omdat duurzame naleving vereist dat we diep ingesleten gewoontes en ideeën over die gewoontes veranderen”, stelt Stubenitsky. “Dat is in het geval van roken gelukt. Op steeds meer plekken mag niet meer gerookt worden. En dat wordt slechts deels ondersteund door de wet, op veel vlakken wordt er vooral op initiatief van burgers zelf niet meer gerookt. Daarmee zijn zij toezichthouders geworden. Dat zie je bijvoorbeeld als het gaat om roken bij speeltuinen, kinderboerderijen en op schoolpleinen. Dat mag op die plekken volgens de wet nog wèl, maar nu zijn het vaak ouders of leraren die het initiatief hebben genomen om het al te verbieden.”

Na zo’n burgerinitiatief volgt de wet trouwens vaak alsnog. Stubenitsky: “Zo wordt roken binnenkort bij wet verboden op schoolpleinen en wordt in het Preventieakkoord de ambitie uitgesproken om ook sportclubs wettelijk rookvrij te maken. Het voordeel dat burgers zelf al actie ondernemen, is dat je enorm draagvlak hebt voor de wet die erop volgt. Daarnaast creëert zo’n burgerinitiatief alvast bewustwording dat kinderen niet aan rook en roken blootgesteld moeten worden.”

“Dat de naleving in de horeca in het verleden moeilijk verliep, wijten wij aan de lange gedoogperiode.”

De rol van handhaving

Toch blijft wat de alliantie betreft op bepaalde plekken handhaving nodig. Bijvoorbeeld wanneer de naleving op zich laat wachten. Zoals in bepaalde horeca. “Dat de naleving in de horeca in het verleden moeilijk verliep, wijten wij aan de lange gedoogperiode voor kleine cafés zonder personeel”, stelt Stubenitsky. “Dat hield onduidelijkheid in stand en dan zijn mensen sneller geneigd om te blijven roken. Het algehele verbod op roken in de horeca in 2014 heeft uiteindelijk bijgedragen aan betere naleving in de meeste horeca. Maar wat daar tot 2014 gold, nl gedogen, gebeurt nu nog steeds op veel evenementen, zoals festivals. Hoewel het volgens de wet verboden is, vinden mensen het nog normaal om daar te roken. Daar moet je dus wat ons betreft duidelijk op handhaven.”

“Handhaving op het uit zicht verkopen van sigaretten en roken in de media heeft indirect invloed op naleving van het rookverbod, doordat het sigaretten en roken uit het zicht haalt.”

Handhaven in de toekomst

Maar in de toekomst draait de handhaving rondom roken volgens Stubenitsky steeds minder om rookverboden. “De aandacht gaat meer naar andere zaken, zoals dat verkopers rookwaar uit het zicht moeten plaatsen. Dat is nu nog niet wettelijk bepaald, maar dat gaat wel komen in 2020. Hetzelfde geldt voor een verbod op zichtbaar roken in de media. Zulke dingen hebben ook weer invloed op naleving van het rookverbod, want roken wordt daardoor steeds minder normaal in de samenleving.”

Onomkeerbare trend

“Ik denk dat in vijftien jaar tijd een onomkeerbare beweging in gang is gezet. Waar het rookverbod in het begin nog hoogoplopende discussies uitlokte, zijn die nu grotendeels verstomd. Nederlanders vinden het steeds gekker om iemand te zien roken op een openbare plek. Waar de wet eerst nodig was om de houding van burgers tegenover roken te veranderen, zijn die burgers er nu zelf van doordrongen dat roken aangepakt moet worden. Het is en blijft wel een kwestie van een lange adem. Er zijn nog veel meer burgerinitiatieven nodig om op steeds meer plekken roken in Nederland onzichtbaarder en onaantrekkelijker te maken.”

Het rookverbod in Nederland

Hoe zat het ook alweer met het wettelijke rookverbod? Waar mag je sinds wanneer niet meer roken? Een overzicht:

  • Sinds 1990 mag in overheidsgebouwen niet meer gerookt worden.
  • Sinds 2004 hebben Nederlanders volgens de wet recht op een rookvrije werkplek, voor de horeca wordt een uitzondering gemaakt.
  • Sinds 2008 mag in de horeca niet meer gerookt worden.
  • In 2010 wordt er toch een uitzondering gemaakt voor cafés die kleiner zijn dan zeventig vierkante meter en waar geen personeel werkt.
  • In 2014 bepaalt de Hoge Raad dat de uitzondering voor kleine cafés onterecht is, vanaf dit moment wordt ook daar gehandhaafd.
  • In 2019, op 27 september, bekrachtigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof van Justitie dat rookruimtes in de horeca niet meer zijn toegestaan.
  • Per 1 augustus 2020 moeten ook schoolterreinen rookvrij zijn.

Vanaf 2020 mogen supermarkten sigaretten niet meer in het zicht hebben liggen, vanaf 2022 geldt dit ook voor andere verkooppunten als kiosken en tankstations.