Ga naar de inhoud

Inspectie SZW: "Door het coronavirus werken we nauwer samen met andere inspecties"

In tijden van corona ziet de Inspectie SZW erop toe dat bedrijven hun werknemers de ruimte geven om de coronaregels na te leven. Tegelijk gaat de inspectie door die regels zélf ook heel anders te werk, vertelt woordvoerder Paul van der Burg. Hij benoemt de beperkingen én de nieuwe kansen.

Slachterij

Aandacht herverdelen

Hoe heeft corona jullie manier van werken het meest beïnvloed?
“Ons focuspunt werd deels verlegd. Veel bedrijven, zoals de horeca, moesten vorig jaar dicht. Daar viel dus veel minder te inspecteren. Andere branches hebben we juist méér aandacht gegeven, zoals de vleesverwerkingsindustrie. Uit die hoek kwamen veel meldingen van besmettingen, bijvoorbeeld doordat werknemers niet genoeg afstand van elkaar konden houden. Bovendien leek het virus zich door de kou in de slachterijen sneller te verspreiden.”

“Ook een beroepsgroep als de maaltijdbezorgers hielden we scherper in de gaten. Per 1 juli 2020 moeten zij 16 jaar of ouder zijn. Maar doordat veel bedrijven door de lockdown overgingen op bezorging, was er extra veel vraag naar bezorgers. Het gevaar dat er toch nog te jonge mensen voor hen aan de slag gingen lag dus op de loer.”

Handen ineenslaan

In coronatijd hebben jullie veel inspecties samen met onder andere GGD’s, veiligheidsregio’s en de NVWA uitgevoerd. Wat heeft dit opgeleverd?
“Betere bescherming voor medewerkers én doelmatiger toezicht. Een van die samenwerkingsverbanden is het LOT-C, oftewel het Landelijk Operationeel Team Corona. Dit team richt zich vooral op arbeidsmigranten en ontvangt veel corona-gerelateerde meldingen, zoals de meldingen over besmettingen in vleesbedrijven.”

“Ook na de crisis gaan we samenwerken met andere toezichthouders.”

“Hoe die samenwerking eruit ziet? We gaan bijvoorbeeld vaker samen met NVWA-inspecteurs op bezoek bij vleesbedrijven. Zo onderzoeken we meldingen in één keer vanuit meerdere kanten en verminderen we de toezichtslast. Dit is al helemaal belangrijk nu we in coronatijd dus vaker bij vleesbedrijven langsgaan.”

Corona maakte het delen van informatie tussen toezichthouders urgenter, omdat snel handelen noodzakelijk is om uitbraken te beperken of voorkomen. Zo deelden we altijd al met gemeenten wanneer we illegaal gehuisveste migranten vonden. Binnen LOT-C kan dat nog sneller, waardoor gemeenten beter kunnen handhaven om de gezondheid en veiligheid van mensen te waarborgen. Daarbovenop analyseren we vaker gegevens om ook preventief in actie te komen binnen risicosectoren en zo uitbraken te voorkomen. De partijen binnen LOT-C weten elkaar steeds beter te vinden. Daarom willen we deze werkvorm ook na de coronacrisis kunnen voortzetten.”

Van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’

Jullie letten er dus op dat werknemers zo coronaproof mogelijk werken. Tegelijkertijd moeten ook de inspecteurs zélf veilig hun inspecties kunnen uitvoeren. Hoe organiseren jullie dit in coronatijd?
“In maart, tijdens de intelligente lockdown, hanteerden we het ‘nee, tenzij’- principe: de inspecteurs mochten alleen fysiek naar bedrijven toe als het niet anders kon. Bijvoorbeeld bij bedrijfsongevallen of signalen van arbeidsuitbuiting. Vanaf 8 juni, toen er weer meer bedrijvigheid was, gingen we over naar ‘ja, mits’. Dat wil zeggen dat ze in principe wel konden controleren, maar onder bepaalde voorwaarden.”

“We inspecteren alleen onder bepaalde voorwaarden.”

Verhoren in een tent

Wat waren die voorwaarden?
“Voor inspecteurs die bij bedrijven langsgaan, hebben we duidelijk in kaart gebracht wat ze moeten doen om zo veilig mogelijk te werken. Altijd een mondmasker dragen en checken of het gebouw goed geventileerd is. Voor verhoren met medewerkers kunnen ze eventueel gebruik maken van een eigen tent. Zo kunnen ze de gesprekken buiten voeren, in plaats van in een bedompte binnenruimte. Verder geven we aan dat ze moeten vertrekken als ze ergens te weinig gelegenheid krijgen om zich aan de coronaregels te houden.”

Selecteren bij de poort

Terug naar de manier van werken van de inspectie in het algemeen. Jullie zullen in het afgelopen jaar wel veel corona-gerelateerde meldingen hebben gekregen. Hoe is dit organisatorisch geregeld?
“We werken met een triagetafel. In dat team zitten onder meer een aantal inspecteurs en projectleiders die zich ontfermen over corona-gerelateerde meldingen. Die gaan over mogelijke besmettingen, maar bijvoorbeeld ook over werkgevers die de RIVM-regels niet goed in acht nemen.

“We hebben nu zo’n 8.000 corona-gerelateerde meldingen.”

De triagetafel bepaalt of we iets met een melding doen en zo ja, welk inspectieteam ermee aan de slag gaat. Voor de coronatijd lag deze taak bij onze frontofficemedewerkers. Maar gezien de enorme hoeveelheid meldingen – we hebben er nu zo’n 8.000 in totaal, moesten we dit echt anders organiseren. We moesten namelijk snel beslissen of we komen inspecteren. Vandaar die triagetafel.”

Voorsorteren op de hausse

Wat levert die triagetafel nog meer voor voordelen op?
“Nu we zo specifiek ingaan op de corona-gerelateerde meldingen, signaleren we verschillende trends. Zo weten we nu dat er altijd een hausse aan meldingen binnenkomt als er iets verandert aan het coronabeleid. Hier sorteren we op voor door alvast te bepalen op welke wijze we hierop gaan acteren. Denk bijvoorbeeld de introductie van de app CoronaMelder, die een seintje geeft als je in de buurt bent geweest van iemand met corona. Die app is niet verplicht, maar al voor de lancering zagen we aankomen dat bedrijven hun werknemers tóch zouden dwingen hem te installeren. Dat is natuurlijk inperking van hun vrijheid.

“Of neem de scholen die onlangs weer opengingen. We wisten dat we daar meldingen over zouden krijgen, bijvoorbeeld van docenten die zich hierdoor niet veilig zouden voelen. Hierdoor konden we van tevoren onze toezichtsrol en manier van handelen bepalen. Hierdoor konden we veel sneller in actie komen.”