Veel arbeidsmigranten in Nederland zitten in een kwetsbare positie. Dat bleek vorig jaar ook weer uit de adviezen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten aan de Tweede Kamer. Voor de VNG was dit geen nieuws, maar wél een extra impuls om gemeenten te helpen de positie van arbeidsmigranten te verbeteren. Thomas Zwiers van VNG Naleving en Carlo Vankan, bestuurlijk trekker arbeidsmigranten bij VNG, leggen uit hoe.

In Nederland werken zo’n 530.000 arbeidsmigranten. Een groot deel van hen komt uit Midden- en Oost-Europa. Ze worden vaak gezien als onruststokers die veel overlast veroorzaken. Dat terwijl het overgrote deel hard werkt in onder andere land- en tuinbouw, logistiek, voedings- en metaalindustrie en zo de economie draaiende houdt. Tegelijkertijd wordt 40 procent van hen uitgebuit door malafide uitzenders, werkgevers en huisvesters. Ze wonen te klein en in onhygiënische omstandigheden, kennen hun rechten niet en werken onder erbarmelijke omstandigheden.
In die adviezen van het Aanjaagteam is voor gemeenten een grote rol weggelegd. Zo moeten zij bijdragen aan huisvesting en verbeterde registratie van migranten.
Die situatie moet verbeteren, vindt het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. Ze bracht hiervoor in 2020 twee adviezen uit aan de Tweede Kamer. Vooral in het tweede advies ‘Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan’ is voor gemeenten een grote rol weggelegd. Zo moeten zij bijdragen aan huisvesting en verbeterde registratie van migranten. Ook zouden zij voor toezicht en handhaving structureel moeten samenwerken met de Inspectie SZW, de SVB, het UWV en de Belastingdienst.
Nieuwe aandacht voor migranten
De conclusies en adviezen van het Aanjaagteam zijn niet nieuw voor de VNG, stelt Carlo Vankan. “Wij zetten ons al veel langer in om de misstanden rondom arbeidsmigranten aan te pakken. Zo informeren we gemeenten over de juiste huisvesting en registratie van migranten. En we delen natuurlijk best practices van gemeenten via het VNG-forum waar veel gemeenten op meepraten. Ook werken we al langer samen met partijen als de Inspectie SZW, Belastingdienst, het UWV, politie en natuurlijk gemeenten (zie kader).”
Landelijke Stuurgroep Interventieteams
In de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI) werkt de VNG al veel langer nauw samen met de Inspectie SZW, de Belastingdienst, het UWV, de SVB en politie. Doel: misstanden in de leefomstandigheden van arbeidsmigranten bestrijden door beter toezicht en handhaving.
Samenwerking met het rijk
De situatie van arbeidsmigranten stond dus al hoog op onze agenda, benadrukt Vankan. “Maar door het Aanjaagteam heeft die een nieuwe impuls gekregen.” In een brief aan de Tweede Kamer geeft de VNG aan dat zij ook vindt dat de samenwerking met het Rijk intensiever moet worden. Thomas Zwiers: “Dat kan alleen onder een aantal voorwaarden. Zo moeten instanties makkelijker gegevens kunnen uitwisselen, moet het Rijk gemeenten meer regelruimte geven om huisvesting te faciliteren en zijn er voor gemeenten extra middelen nodig om arbeidsmigranten bijvoorbeeld ook te betrekken in integratietrajecten. En de belangrijkste: een wettelijke verplichting tot registratie van het verblijfsadres van migranten. De Tweede Kamer heeft deze aanbevelingen gelukkig overgenomen.”
Alleen zo blijvende verandering

Intussen hebben gemeenten niet stilgezeten. Een nieuwe regionale samenwerking heeft het licht gezien: het Flexibel Regionaal Interventie Team – aanpak arbeidsmigranten (FRIT). Het is een samenwerking tussen acht Noord-Limburgse gemeenten, OM, politie, huisvesters, UWV, VNG, ISZW, SVB en IND. Het FRIT start in het voorjaar van 2021. De deelnemers wisselen informatie uit om samen scherper zicht te krijgen op de werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters die ernstige fouten begaan. Daarbij onderzoeken ze ook of er onderlinge netwerken zijn. Als er iets niet in orde is, komen ze samen in actie.
Bovendien grijpen de partijen deze kans aan om migranten beter te informeren over de regels waaraan hun huisvesters en werkgevers moeten voldoen. “Zo’n regionale aanpak is de enige manier om blijvend verandering te brengen”, stelt Vankan. “Vaak wonen migranten namelijk in de ene gemeente, terwijl ze in de andere werken.”
“Een regionale aanpak is de enige manier om blijvend verandering te brengen. Vaak wonen migranten namelijk in de ene gemeente, terwijl ze in de andere werken.”
Registreren kun je leren
Wil een gemeente arbeidsmigranten goed beschermen, dan moet die op z’n minst weten waar ze wonen. Alleen dan kunnen mensen bijvoorbeeld aanspraak maken op de hulp van een huisarts en mogen hun kinderen naar de opvang of naar school. Bovendien kan de gemeente hen dan makkelijker bereiken met informatie over de plichten van hun werkgever of huisvester. En is toezicht en handhaving makkelijker te organiseren.
“We hebben het hier dan over de registratie van het verblijfsadres in de Registratie Niet-Ingezetenen”, vertelt Zwiers. “Dit gaat dus verder dan alleen de registratie van contactgegevens, waar het Rijk sinds dit jaar op aanstuurt. Sommige gemeenten gaan binnen lokale projecten al veel verder. Zoals Boxtel en St. Michielsgestel, die arbeidsmigranten actief opzoeken, informeren en registreren. Als VNG blijven we dit soort initiatieven aanmoedigen en met andere gemeenten delen.”
Huisvesten met hulp van de markt
Naast de registratie van arbeidsmigranten is ook hun huisvesting een flinke uitdaging. Het Aanjaagteam pleit voor 150.000 nieuwe woningen voor migranten door heel Nederland. “Dat betekent nogal wat voor een gemeente in een tijd van woningschaarste”, stelt Zwiers. “Gemeenten moeten niet alleen voor arbeidsmigranten, maar ook voor statushouders en starters betaalbare huurwoningen zien te creëren.”
“Huisvesting van migranten is een economische opgave. De sleutel tot succes zijn samenwerkingen met projectontwikkelaars, woningcorporaties en marktpartijen.”
Vankan stelt dan ook: “Gemeenten zijn geen huisvesters van arbeidsmigranten, maar we kunnen het wel faciliteren. Dit valt dan niet onder onze sociale opgave, maar onder de economische: arbeidsmigranten houden onze economie draaiende. De sleutel tot succes in dit geval, zijn samenwerkingen met projectontwikkelaars, woningcorporaties en marktpartijen.” Ook op dit vlak zijn er gemeenten die vooroplopen. Een mooi voorbeeld zijn de drie wooncampussen voor migranten in Waalwijk. Deze worden in de buurt van de bedrijven gebouwd waar de arbeidsmigranten werken. Dit gebeurt op initiatief van een projectontwikkelaar, met medewerking van de gemeente en inspraak van ondernemers. De campussen hebben voor vaak wel 400 migranten plek. Dit soort best practices willen we nog intensiever delen met gemeenten.”
Migranten in een positief daglicht
Huisvesting vinden is op zichzelf al lastig genoeg, maar er is een extra belemmerende factor: het beeld dat mensen van arbeidsmigranten hebben. “Door deze beeldvorming is er vaak veel tegenstand onder buurtbewoners of vakantieparkeigenaren waar zulke huisvesting wordt overwogen”, vertelt Vankan. “Wij geloven dat positievere beeldvorming dit proces makkelijker maakt. Daarom moedigt de VNG gemeenten, maar ook marktpartijen aan om vaker positieve verhalen te delen. Over goede huisvesting van migranten bijvoorbeeld, maar ook hoe onmisbaar migranten zijn voor onze economie.”