Ga naar de inhoud

Nieuwe stap tegen heling: DOL-controles in de praktijk

Nieuwe wetgeving verplicht gemeenten straks tot het gebruik van het Digitaal Opkopers Loket (DOL). En daarmee hebben gemeenten een belangrijke tool tegen heling. Barneveld voert al volop controles uit met het DOL. Boa Jan Vermaas en beleidsmedewerker Jessica Bongers delen hun ervaringen en geleerde lessen. Wat werkt in de praktijk? En waar moet je als gemeente op letten?

DOL- en DOR-controle bij verkoper van fietsen

1. Begin op tijd

“Mijn belangrijkste advies aan andere gemeenten is: begin met het aanbieden van het DOL én de bijbehorende controles”, stelt Bongers die werkzaam is op de afdeling Veiligheid. “Al is het maar in één branche. Het DOL is een handige tool die je straks toch moet gaan gebruiken. En als je er net als wij voor kiest om klein te beginnen, dan vraagt dat ook niet meteen te veel capaciteit.”

Barneveld is eind 2024 actief gestart met DOL- en DOR-controles bij verkopers van fietsen, juwelen en telefoons. “We maakten die keus, omdat er toen meer diefstallen en inbraken waren waarbij juist dit soort spullen werden gestolen. Dat helpt ook in je verhaal over DOL-controles naar de buitenwereld. Men begrijpt dan beter waarom registratie van dit soort spullen belangrijk is. Complexere branches, zoals de automotive of de kringloop, komen later. Daarvoor is veel technisch-inhoudelijke kennis en capaciteit nodig die wij zelf (nog) niet in huis hebben. Dus doen we nu eerst ervaring op en breiden we later uit.”

Het DOL: wat en waarom?

Handelaren zijn al verplicht om tweedehands- en ongeregelde goederen, zoals fietsen zonder serienummer of sieraden zonder bewijs van inkoop, te registreren in het Digitaal Opkopers Register (DOR). Het DOL is daar nu een handige voorloper op. Via dit digitale loket melden handelaren zich eerst bij de gemeente waarna hun account gekoppeld wordt aan het DOR. Zo komt alles samen op één plek: de gemeente ziet wie er als opkoper actief is en welke spullen ze geregistreerd hebben.

Het DOL vervangt de papieren meldingssystemen en maakt handhaving overzichtelijker. Gemeenten hoeven het loket nu nog niet zelf te gebruiken en verplicht te stellen voor handelaren. Toch kunnen gemeenten het DOL nu al wel actief inzetten. Barneveld doet dat al – en werkt zo al helemaal digitaal nog vóórdat de wet het straks verplicht stelt dat gemeenten het DOL gebruiken en handelaren verplicht zijn om zich aan te melden bij het DOL. De invoering wordt verwacht in 2026.

2. Omarm de kracht van digitaal toezicht

Met het DOL verandert ook de manier van werken. Waar DOR-controles alleen op locatie plaatsvonden, start nu driekwart van het werk achter het bureau. “Je ziet vooraf al of een bedrijf geregistreerd is, wat het opkoopt aan tweedehands spullen en of dat logisch is”, vertelt Vermaas. “Je weet dan precies welke vragen je moet stellen en waar je op moet letten. Je gaat dus veel gerichter op pad.” Ook beleidsmatig biedt het systeem voordelen. “Alles vind je op één plek”, vertelt Bongers. “Vroeger werkten gemeenten en politie met losse schriftjes, nu kun je informatie centraal bekijken, monitoren en terugzoeken.”

“Vroeger werkten gemeenten en politie met losse schriftjes, nu kun je informatie centraal bekijken.”

Voor Vermaas is het digitale karakter van het DOL ook een manier om draagvlak te creëren. “Als je tijdens een controle ziet dat een handelaar ergens tegenaan loopt, kun je direct digitaal meekijken en helpen. Vaak is het dan iets simpels met de registratie van de handelaar dat je meteen kunt oplossen. Dat maakt het gesprek opener: meestal is er geen onwil, wel onbekendheid.”

3. Controleren blijft mensenwerk

“Voor de controles gaan we altijd met zijn tweeën op pad”, vertelt Vermaas. “In het begin gingen we weleens met zijn drieën, maar dat roept weerstand op.” Het langsgaan biedt ook de kans om veel meer te zien dan wat de registraties in het DOR je vertellen. Bongers: “Een winkel zonder klanten, bijvoorbeeld. Of een opvallend goedkope fiets. Dan ga je het gesprek aan en komen de verhalen vanzelf.”

Door regelmatig aanwezig te zijn in winkelgebieden en op bedrijventerreinen, groeit ook het vertrouwen. “We kregen laatst een signaal van een ondernemer die we eerder hadden gesproken. We liepen voor de derde keer in relatief korte tijd op het bedrijventerrein waar hij ook zat en hij kwam naar ons toe. Hij had iets geks gezien op camerabeelden en dacht meteen aan ons”, aldus Bongers.

4. Goede samenwerking is goud waard

De aanpak van Barneveld staat of valt met samenwerking. Tussen boa’s en beleid, tussen gemeenten, en met externe partners zoals inspectiediensten, politie en Douane. “Wij werken als basisteam samen met de gemeenten Nijkerk en Scherpenzeel”, vertelt Bongers. “Dat vergroot de slagkracht. Als je in drie gemeenten controles uitvoert, kun je meer bedrijven aandoen. Dat maakt het ook interessanter voor partners om een dag mee te lopen, want zij komen dan bij meer handelaren.” Zo liep de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) recent mee, toen het team inspecties deed bij juweliers. “Zij controleerden of goudweegschalen wel goed waren afgesteld”, vertelt Bongers. Als we maar twee zaken hadden bezocht, waren zij waarschijnlijk niet aangesloten.”

“Verwacht niet meteen dat je alles weet en investeer in het opdoen van kennis.”

“Daarnaast haken soms de politie of Douane aan bij integrale controles, waar we ook weleens gestolen spullen aantreffen net als bij DOL- en DOR-controles. De Douane heeft veel ervaring met het vinden van verborgen ruimtes”, vertelt Vermaas. Bongers voegt toe: “Via het netwerk Samen Weerbaar, een samenwerking tussen veiligheidspartners in de regio tegen ondermijning, horen wij regelmatig over partners waarmee we op controle kunnen. Zij droegen bijvoorbeeld de RDI aan.”

Ook intern is de samenwerking hecht. Bongers sluit vaak aan bij DOL-controles, om van te leren. Zij bepaalt ook waar de volgende DOL-controles plaatsvinden. Vermaas en zijn team checken dan in de systemen waarvoor Bongers niet bevoegd is of dit inderdaad kan.

5. Investeer in kennis

“Verwacht niet dat je meteen alles al weet en zorg dat je steeds je kennis uitbreidt”, benadrukt Bongers. In Barneveld volgden boa’s en Bongers via het netwerk Samen Weerbaar een training in het herkennen van heling. “Daar leerden we dat een goede controle altijd begint achter je bureau”, vertelt Vermaas.

Er is ook praktisch materiaal beschikbaar. Vermaas: “We hebben profijt van het handboek van het CCV voor werken met het DOL.” Hierin staan onder meer bevoegdheden, controleprocedures en hoe overtredingen te herkennen en af te handelen bij integrale controles. Ook is er aandacht voor de-escalatie.

6. Communiceer duidelijk

Een goede controle begint bij goed contact. “We merken dat de meeste handelaren heel welwillend zijn”, vertelt Vermaas. “Wat we ook zien, is dat je meteen bij binnenkomst heel goed moet uitleggen waarvoor je komt en wat je gaat doen. Veel mensen zijn nog niet bekend genoeg met het DOL en DOR. Als ze het snappen, helpen ze vaak graag mee. Daarnaast nemen we altijd flyers mee met meer uitleg. Je merkt dat het dan nog wat beter blijft hangen.”

“Met communicatie in lokale media laat je zien dat je als gemeente actief bent en maak je handelaren bewust van hun plichten.”

Ook gemeentebreed vindt er communicatie plaats rondom de controles. Barneveld kondigt in lokale media aan dat er controles aan komen. En deelt een persbericht wanneer ze afgerond zijn. Bongers: “Zo laat je zien dat je als gemeente actief bent en maak je handelaren bewust van hun plichten. Bovendien: als handelaren en inwoners weten dat er gecontroleerd wordt, dan worden er meer producten geregistreerd. En dit zorgt ervoor dat je een barrière opwerpt om heling te voorkomen.”