Ageing – letterlijk veroudering – van installaties is een toenemend probleem in de industrie. Het kan leiden tot onveilige situaties en ongelukken. Goed toezicht moet dit voorkomen. Maar hoe doe je dat? En hoe stimuleer je bedrijven om ageing aan te pakken? Inspecties sloegen de handen ineen en kwamen tot een nieuwe methodiek. Met succes.

In 2015 en 2016 vonden er op het chemische industrieterrein Chemelot in Limburg meerdere incidenten in korte tijd plaats. Een explosie en enkele lekkages brachten de veiligheid van mensen op het terrein en in de omliggende gebieden in gevaar. Een gevolg van ageing. Naast een analyse op incidenten van ageing onderstreepten deze gebeurtenissen voor de overheid het belang om landelijk meer aandacht te besteden aan het toezicht op veroudering van industriële installaties. Rond dezelfde tijd werd met de zogenoemde Seveso-richtlijnen ook Europees aandacht gevraagd voor toezicht op ageing. Bovendien hielden omliggende landen zich er al mee bezig. Alle ontwikkelingen samen zorgden ervoor dat het ook in Nederland op de agenda kwam.
Controle op veroudering is complex
Ageing vormt een significant risico bij bedrijven die gevaarlijke stoffen produceren, verwerken of opslaan. Concreet gaat het om de olie- en gasindustrie, chemische fabrieken en energiecentrales. In totaal betreft het in Nederland ruim vierhonderd bedrijven, de zogenoemde Seveso-bedrijven. Net als een huis en auto hebben de machines, materialen en installaties van deze bedrijven onderhoud nodig. Gebeurt dat niet of onvoldoende, dan treedt degradatie (verslechtering) van het materiaal op en kunnen er veiligheidsproblemen ontstaan.
“We wilden bedrijven gericht aangeven waar ze kunnen verbeteren.”
“Controle op veroudering kan complex zijn”, zegt Hélène van Ostaay, extern adviseur voor de omgevingsdiensten. “Allerlei factoren spelen een rol. Degradatie is niet alleen afhankelijk van de tijd, maar is een combinatie van verschillende factoteren en gebeurt vaak niet lineair; een oude installatie kan veiliger zijn dan een jonge installatie.
Onder meer het ontwerp, de gebruikte materialen, externe invloeden en het kennisniveau van het personeel spelen een rol.” Daarbovenop geldt dat elke sector te maken heeft met zijn eigen vormen van degratdatie, zegt ze. “Cavitatie is bijvoorbeeld een specifiek probleem bij centrifugaalpompen, terwijl agressieve chemicaliën in de chemische industrie materialen aantasten en andere installaties te maken hebben met oxidatie als gevolg van hoge temperaturen. Overal is specialistische kennis nodig.”

Analyse en verbetervoorstellen
In 2015 ontwikkelden meerdere toezichthouders, waaronder de zes Seveso-omgevingsdiensten (de omgevingsdiensten die gespecialiseerd zijn in het toezicht op risicovolle bedrijven, red.), Nederlandse Arbeidsinspectie, veiligheidsregio’s en RIVM een meerjarenprogramma op het thema veroudering. “Het ging niet alleen om inspecties van installaties, maar we wilden bedrijven aangeven waar ze konden verbeteren”, zegt Irene Vink van Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. “Daarvoor hebben we een nieuwe onderzoeksmethodiek opgezet. Vijf vragen staan daarin centraal: hoe vindt inventarisatie van de veroudering plaats, welke inspectiemethodiek gebruikt het bedrijf, wat zijn de afkeurcriteria, hoe worden veranderingen meegenomen en maakt het bedrijf zelf een analyse op afwijkingen.”
“We komen erachter hoe een bedrijf het probleem van veroudering aanpakt.”
Sinds het begin van het programma hebben inspecties ieder jaar een ander onderwerp bekeken binnen het thema veroudering. Voorbeelden zijn corrosie onder isolatie, mechanische en thermische vermoeiing, galvanische corrosie en het proces van lassen. Vink: “Doordat we steeds dezelfde methodiek hanteren en alles op dezelfde manier registreren, ontdekken we onder meer hoe een bedrijf het probleem van veroudering aanpakt, welke inspectiemethode het gebruikt en welke criteria voor vervanging of afkeuring zorgen. Ook kunnen we bedrijven met elkaar vergelijken.”
Ageing op de kaart gezet
Het programma liep tot en met 2023. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de rapportage met bevindingen. Vink en Van Ostaay willen daarop niet vooruitlopen. Een tipje van de sluier wil Van Ostaay wel geven. “Over het algemeen hebben organisaties veel oog voor vermoeiing van installaties en materialen, maar mogen ze meer aandacht besteden aan corrosie onder isolatie. Het is lastig om deze degradatie op te merken en goed te begrijpen. Daardoor hebben bedrijven er moeite mee om dit probleem effectief aan te pakken. Het is van belang dat ze hier de aandacht op focussen met mensen die de juiste expertise hebben.”

“Veroudering speelt een grote rol bij de energietransitie.”
In het algemeen is de industrie duidelijk meer gaan letten op veroudering, merkt Vink. “Ze beseft dat aandacht voor ageing cruciaal is om de veiligheid van mensen te waarborgen. Sommige bedrijven baalden ervan dat wij hen daarop moesten wijzen. En één bedrijf kwam er door de vragen achter dat hun nieuwste fabriek het meest te lijden heeft onder veroudering, omdat verkeerde materialen gekozen zijn. Dat inzicht nu, kan ongelukken straks voorkomen.” Dat is ook belangrijk bij bijvoorbeeld de energietransitie, zegt Van Ostaay. “Je moet de huidige staat van je installatie kennen. Zijn de leidingen bijvoorbeeld geschikt voor waterstof of CO2-opslag? En zo ja, hoe lang gaat zo’n leiding nog mee als er waterstof of CO2 doorheen stroomt? Veroudering speelt een grote rol in de vernieuwing.”
Veel knowhow opgebouwd
Adviseur Hélène van Ostaay en Irene Vink en Fulco Jongsma, beiden projectleiders namens de omgevingdiensten, presenteren de resultaten en geleerde lessen van het ageing-programma in november aan bedrijven. Van Ostaay: “Dat wordt een interactieve sessie waarin we ook met hen in gesprek gaan: wat vonden ze van het project, wat hebben ze geleerd, zien ze problemen en hoe kunnen wij als toezichthouders daarbij helpen?” Het projectteam gaat ook met andere toezichthouders in gesprek om ageing onder de aandacht te houden. “We hebben veel kennis opgebouwd in het programma”, vertelt Vink. “Inspecteurs zijn geschoold en de vragen zijn geïntegreerd in de registratiesystemen. Het onderwerp blijft dus op de agenda.”
Maar voor echte veiligheid is voortzetting van het programma nodig, vinden Vink en Van Ostaay. “Het programma zorgt voor focus. Bovendien doen we er cruciale kennis mee op. Er zijn nog genoeg onderwerpen te onderzoeken. Denk aan kunststofleidingen, hoge-temperatuuroxidatie en spanningscorrosie. Maar ook veroudering van automatisering, elektrische kabels en personeel bijvoorbeeld. De komende jaren gaan veel ervaren mensen met pensioen. Hoe zorg je er als bedrijf voor dat de kennis van deze mensen niet verloren gaat?”