Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
‘Andersdenkende’ kinderraad helpt milieudienst DCMR

‘Andersdenkende’ kinderraad helpt milieudienst DCMR

Het lijkt de omgekeerde wereld: kinderen die volwassenen van advies voorzien. Toch is dat precies wat er gebeurt bij de DCMR Milieudienst Rijnmond. Dat is de gezamenlijke milieudienst van de provincie Zuid-Holland, veertien gemeenten in de regio Rijnmond en Goeree-Overflakkee. Zestien kinderen van tien tot twaalf jaar uit de omgeving vormen samen een kinderraad. Zij werpen met nieuwe, innovatieve ideeën een frisse blik op het werk en de toekomst van de DCMR.

Op de voorste twee rijen van de zaal zit de voltallige kinderraad klaar om zijn ideeën te presenteren. Vijf deelgroepjes hebben hun plannen geschetst op evenzoveel grote posters. De zestienkoppige raad heeft twee middagen gebrainstormd over het thema ‘Meldkamer van de toekomst’. Enkele medewerkers en een directielid van de DCMR luisteren aandachtig als het eerste groepje begint te vertellen wat ze hebben bedacht. Hun idee: beloon ‘schone’ bedrijven voor goed gedrag. “Het schoonste bedrijf van het jaar moet een prijs krijgen”, vindt het groepje. “Dat werkt beter dan boetes uitdelen aan de vervuilende bedrijven.”

Inspiratie van buiten

Aan de brainstormsessies ging een stoomcursus vooraf. De kinderen kregen les over wat de DCMR zoal doet. “Voorkennis is onmisbaar om tot goede ideeën te komen”, vindt Maarten de Hoog, directielid van de DCMR. “Daarom zijn ze eerst op excursie geweest door ons werkgebied. Daarna volgden drie introductielessen over onze taken als toezichthouder, vergunningverlener en handhaver. De slimme oplossingen die ze hebben bedacht voor onze meldkamer horen bij het eerste thema. Volgende maand gaan ze ideeën bedenken binnen een ander thema: ‘Communicatie en samenwerking’. Op onze nieuwjaarsreceptie laten we zien hoe we hun ideeën gaan gebruiken.”
“Kinderen hebben een onbevangen blik, en zien dingen die wij niet zien.”
“Kinderen hebben een onbevangen blik, en zien dingen die wij niet zien”, vervolgt De Hoog. “De DCMR bestaat 45 jaar. Na zo’n lange periode werk je volgens bepaalde patronen. Maar zijn die eigenlijk nog wel in orde? Een blik van buitenaf kan daar een licht op werpen. Zo’n eerste indruk is heel waardevol en mooi. Daar laten we ons graag door inspireren. Ook hopen we op deze manier duidelijker te laten zien aan de buitenwereld wat we doen. Vooral aan de nieuwe generatie, want die heeft de toekomst.”
Een ander groepje heeft inmiddels het woord genomen. “Ons idee is een DCMR-app”, vertellen ze. “Daarmee kunnen mensen sneller een melding maken over bijvoorbeeld stankoverlast.” Voor de zekerheid hebben ze de app alvast uitgetekend op hun poster, waarop ze aanwijzen waar alle knoppen voor dienen. “Via ‘Nieuws’ en ‘Info’ kun je laten zien wat de DCMR allemaal doet. En bij ‘Meldingen’ zie je welke meldingen jij zelf of iemand in je omgeving gedaan heeft.” “Een goed idee”, vindt een DCMR-medewerker in het publiek. “Plannen voor een app waren er al wel”, vertelt hij, “maar daar zat nog niet echt schot in. Dit is een mooie aanleiding om dat idee nieuw leven in te blazen.”

Kinderraad in actie

Doelgroep van de toekomst

Als directielid is Maarten de Hoog nauw betrokken bij de kinderraad, maar hij staat zelf niet voor de groep om de lessen te geven. Dat laat hij over aan een organisatie die daarin gespecialiseerd is: De Kleine Ambassade. Een goede keus, vindt Soesja Boode, directeur van De Kleine Ambassade. “Om door te dringen tot kinderen moet je de expertise van een organisatie vertalen naar hun belevingswereld. Daar zijn wij voor. We geven kinder- en jongerenparticipatie op verschillende manieren vorm. Bijvoorbeeld via een kinderraad.”
“Om door te dringen tot kinderen moet je de expertise van een organisatie vertalen naar hun belevingswereld.”
“Kinderen inspraak geven in de werkwijze van een organisatie kan erg waardevol zijn”, legt Boode uit. “Enerzijds zit hem dat in hun onbevangen blik. Ongehinderd door aannames of bezwaren kunnen ze nieuwe ideeën bedenken en bestaande ideeën verbeteren. Daarnaast biedt het organisaties de kans om hun toekomstige doelgroep van dichtbij mee te maken en zich te laten uitspreken. Tegelijkertijd is het ook voor de kinderen erg nuttig. Die krijgen een inkijkje in het werkende leven en in hoe ‘de grote-mensen-wereld’ werkt.”
Tussen de presentaties door krijgt een begeleider van de DCMR een kritische vraag van de jonge innovatoren. “Hoeveel energie verbruikt de DCMR zelf eigenlijk?”, vraagt een meisje zich af. “En hoeveel CO2-uitstoot levert dat op?” De begeleider lijkt even uit het veld geslagen, maar herpakt zich snel. “Loop maar even mee naar onze energiekaart. Daarop kun je zien dat ons gebouw A++ is, dus heel energiezuinig. En wát we aan energie nodig hebben, wekken we vooral duurzaam op. Bijvoorbeeld via onze zonnepanelen.” Zijn antwoord wekt tevredenheid bij de vragensteller. Het energieverbruik is dus in orde. Daar hoeft voorlopig niets aan te gebeuren.

Op de hoogte blijven

De kinderen hebben ideeën in overvloed, maar in hoeverre gaat de DCMR er ook daadwerkelijk iets mee doen? “We nemen alle plannen serieus door”, aldus De Hoog. “Er zitten nu al dingen tussen waar we iets mee kunnen, zij het misschien in een iets andere vorm. Denk aan het belonen van schone bedrijven: dat vind ik een interessante gedachtegang. We moeten in onze rol als handhaver zorgen dat bedrijven de regels volgen, en het belonen van bedrijven die goed bezig zijn kan daarbij een mooi instrument zijn.”
“Kinderen zijn slim genoeg om te snappen dat niet ieder idee zomaar werkelijkheid kan worden.”
Ook De Kleine Ambassade ziet erop toe dat er iets met de ideeën van de kinderen gebeurt. Soesja Boode: “Voordat we aan een project beginnen, bespreken we met een organisatie wat zij met de ideeën van de kinderen gaat doen en hoe ze de kinderraad daarvan op de hoogte houdt. Want de kinderen vinden het natuurlijk ontzettend leuk om te horen hoe de organisatie met hun plannen aan de slag gaat. Ze zijn overigens slim genoeg om te snappen dat niet ieder idee zomaar werkelijkheid kan worden.”
De leden van het vierde groepje zijn net klaar met hun verhaal. De DCMR moet sneller en makkelijker bereikbaar zijn, vinden zij. “Bijvoorbeeld door milieudiensten toe te voegen aan alarmnummer 112.” Hier en daar klinken positieve geluiden uit de zaal. Maar een jongetje van een jaar of zeven dat mee is met zijn moeder zet vraagtekens bij het plan. Want wat als je in een noodsituatie naar 112 belt, maar eerst het lange keuzemenu moet aanhoren voordat je de politie aan de lijn krijgt? Daar heeft het groepje gelukkig een oplossing voor: “Je kunt al op een toets drukken voordat het keuzemenu helemaal opgenoemd is. Dan krijg je meteen degene aan de lijn die je moet hebben.”

Open agenda

Bij de DCMR lijkt kinderparticipatie een succes, maar vanzelfsprekend is dat niet. “Je moet kinderen van tevoren goed informeren”, vindt Boode. “Het werkt niet als je ze even snel voor één dag de baas laat zijn. Je moet de organisatie en de thematiek eerst heel duidelijk overbrengen.” De Hoog sluit zich daarbij aan. “En laat ze zelf ontdekken wat ze willen bespreken. Dat is misschien eng, want waar zullen ze mee komen? Maar het is wel dé manier om mooie resultaten te krijgen.”
De presentatie van het laatste groepje loopt op z’n eind. Zojuist heeft het laten zien dat je met een ‘digipaal’ makkelijker kunt vaststellen van welk bedrijf stank afkomstig is. En dat je met een drone grote gebieden vanuit de lucht in de gaten kunt houden. De jeugdige presentatoren zijn zelf in ieder geval overtuigd van hun plan. Nu het publiek nog. Ze sluiten hun presentatie in koor af: “Zijn er nog vragen?”

Serieus, maar superleuk

Ideeën bedenken voor bedrijven klinkt als een interessante bezigheid. Maar het zijn vaak heel serieuze onderwerpen waar de kinderraad over brainstormt. Is het eigenlijk wel leuk om in de kinderraad te zitten? Julian (11), Miguel (11) en Hugo (12) zijn het erover eens: “Het is superleuk! Je mag meebeslissen over wat de grote mensen doen en het gaat ook nog eens over het gebied waar we zelf in wonen.” Miguel: “We leren er veel van. Bijvoorbeeld wat voor vergunningen er allemaal zijn en hoe een meldkamer werkt.”

Of de jongens in de toekomst ook bij de DCMR willen werken, weten ze nog niet. Julian: “Ik vind het wel gaaf om te zien hoe het allemaal werkt, maar ik weet niet of de onderwerpen helemaal bij me passen. Het milieu vind ik wel interessant, dus het zou kunnen.” Hugo weet al hoe zijn toekomst eruitziet: “Ik wil de DCMR-app wel bouwen!”