Ga naar de inhoud

Omgevingsdienst Utrecht stuurt op maatschappelijke opgaven

Omgevingsdiensten organiseren hun toezicht meestal op basis van risicoanalyses: waar is de kans op schade het grootst. Omgevingsdienst Utrecht (ODU) doet het anders en begint bij de maatschappelijke opgaven. Niet een activiteit of sector staat centraal, maar de opgaven in de leefomgeving. Wat betekent dat in de praktijk, en hoe krijg je de betrokken partijen mee?

Toezichthouder Omgevingsdienst Utrecht controleert
Foto: Omgevingsdienst Utrecht

Omgevingsdienst Utrecht (ODU) kiest er als eerste omgevingsdienst voor om bij de uitvoering en handhaving uit te gaan van maatschappelijke opgaven: vraagstukken in de leefomgeving die over grenzen van organisaties heen gaan en een gezamenlijke aanpak vragen. De dienst ontstond in 2026 uit de fusie van Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) en Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU).

“Andere organisaties in vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) starten met risicoanalyses”, zegt Lars Casson, VTH-beleidsmedewerker bij de ODU. “Wij beginnen bij maatschappelijke opgave zelf: waar staat de leefomgeving onder druk en wat is daar nodig? Hierdoor ontstaat ook een strategie die herkenbaarder is voor onze partners, wat ons helpt in de samenwerking. Uiteindelijk werken we allemaal samen aan dezelfde maatschappelijke opgaven: waterschappen, gemeenten en landelijke toezichthouders zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport.”

Lars Casson
Lars Casson

“De waterkwaliteit in onze provincie staat zwaar onder druk. Eigenlijk is het vijf over twaalf.”

“Een strategie gebaseerd op maatschappelijke opgaven maakt de omgevingsdienst bovendien minder afhankelijk van wisselende politieke prioriteiten”, vult Jacco Baelde aan. Hij is beleidsadviseur VTH regionale samenwerking bij de provincie Utrecht. “De opgaven vragen om een langere termijnaanpak. Dat betekent dat je, ook als er bezuinigd moet worden, keuzes maakt vanuit de inhoud. Dus niet met de kaasschaaf door de organisatie, maar bewust kiezen waar je wel op inzet én wat je tijdelijk parkeert.”

De maatschappelijke opgaven van Omgevingsdienst Utrecht:

  1. Gezonde leefomgeving
    Beschermen en verbeteren van de leefomgeving door toezicht op luchtkwaliteit, geluid, veiligheid en gezondheidseffecten voor inwoners.
  2. Bodem en water
    Voorkomen en beperken van verontreiniging van bodem en water, met aandacht voor lozingen, grondwaterkwaliteit en het terugdringen van schadelijke stoffen.
  3. Duurzaamheid
    Stimuleren en handhaven van maatregelen die bijdragen aan verduurzaming van energieverbruik, circulaire economie en het verminderen van milieubelasting.
  4. Toekomstbestendige natuur
    Beschermen van natuurgebieden en biodiversiteit door toezicht op stikstof, verstoring en andere vormen van milieudruk.
  5. Milieucriminaliteit
    Opsporen en tegengaan van bewuste overtredingen en ondermijnende activiteiten die schadelijk zijn voor milieu en leefomgeving.

Expertise van anderen

Bij het vertalen van de maatschappelijke opgaven naar doelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving stond één vraag centraal: is de organisatie hierop toegerust en welke randvoorwaarden zijn nodig? “Denk aan betrouwbare data“, zegt Casson. “Om te bepalen wat dit betekent voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in de praktijk vroegen we ook expertise van anderen. We organiseerden expertsessies met beleidsadviseurs, uitvoerders en kennispartners, zoals DCMR Milieudienst Rijnmond en Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.”

Data beter op orde

Het werken met maatschappelijke opgaven legt de blinde vlekken bloot, stelt Baelde. “Neem de maatschappelijke opgave Bodem en water. De waterkwaliteit in onze provincie staat zwaar onder druk – eigenlijk is het vijf over twaalf. De ODU heeft nu weinig zicht op de herkomst van vervuiling. Dat is niet gek als je bedenkt hoeveel verschillende organisaties zich ermee bezighouden: gemeenten richten zich op rioolbeheer, waterschappen op oppervlaktewater en zuivering, en omgevingsdiensten op toezicht en handhaving namens gemeenten en provincie.”

Jacco Baelde
Jacco Baelde

“Zo werken we samen aan een completer beeld van het probleem, waarna we er ook samen mee aan de slag kunnen gaan.”

Door met partners aan tafel te gaan over indirecte lozingen, een van de oorzaken van die slechte waterkwaliteit, wordt duidelijk welke informatie nog ontbreekt. Baelde: “Inmiddels zijn we een actieprogramma gestart om die data te verzamelen, via werkgroepen en onderzoek bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zodra we de data beter op orde hebben, kunnen we een nulmeting doen en het effect volgen. Zo werken we samen aan een completer beeld van het probleem, waarna we er ook samen mee aan de slag kunnen gaan.”

Vliegende start

Baelde en Casson kijken tevreden terug op het strategietraject; van de keuze om de maatschappelijke opgaven centraal te stellen tot en met de instemming van de bevoegde gezagen – 26 gemeenten en de provincie Utrecht. “Het Interbestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH) heeft ons een vliegende start gegeven”, zegt Baelde. “We hoefden niet vanaf nul te beginnen: de handreiking voor de regionale beleidscyclus gaf ons structuur én legitimatie om dit regionaal en ambitieus aan te pakken. Doordat we met een kernteam van omgevingsdiensten, gemeenten en provincie twee dagen bij elkaar zijn gaan zitten, konden we goed focussen. Vervolgens hebben we de maatschappelijke opgaven getoetst aan de omgevingsvisies in de regio, om te kijken of die aansluiten bij de doelen die gemeenten al hebben vastgelegd voor de leefomgeving.”

IBP VTH

Het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) is een landelijk programma waarin Rijk, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten samenwerken aan het versterken van het VTH-stelsel. Het IBP VTH liep van 2022 tot en met 2024 en volgde op de aanbevelingen van de commissie-Van Aartsen. De aanbevelingen richten zich onder meer op:

  • betere samenwerking in de keten
  • robuustere omgevingsdiensten
  • een betere informatievoorziening
  • meer sturen op maatschappelijke effecten

Kracht van verhalen

Tijdens het traject merkten Baelde en Casson hoe belangrijk het is om het verhaal achter de strategie goed uit te leggen. “We zijn met een roadshow langs een groot aantal bevoegde gezagen gegaan. Dankzij die gesprekken werd het voor partners concreter wat werken met maatschappelijke opgeven betekent, en konden we de strategie ook verder aanscherpen.”

“Laat maar zien wat de impact van keuzes is.”

Medewerkers die met de strategie werken, moeten wennen aan deze manier van werken. “Mensen benoemen vaak knelpunten en zien beren op de weg. Wij draaien het om: wat als het wél lukt?”, stelt Baelde, “Soms schrikken collega’s ook als ze merken hoeveel tijd en geld het kost om een probleem echt goed aan te pakken. Maar dat is wel het eerlijke verhaal. Laat maar zien wat de impact van keuzes is, en dat bezuinigingen gevolgen hebben voor de samenleving.”