Ga naar de inhoud

Daan Molenaar zet in op effectief toezicht bij DCMR

Molenaar en DCMR Milieudienst Rijnmond gaan ver terug: tien jaar om precies te zijn. De organisatie bevalt zo goed, dat hij sinds 1 mei aan het hoofd staat van de grootste omgevingsdienst van Nederland. In die rol bouwt hij aan toezicht met impact, waarbij vernieuwing en verder verbeteren van samenwerking centraal staan. “Het gaat om de vraag: welke aanpak is nodig om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren?”

Daan Molenaar

Het ontstaan van DCMR zegt veel over de houding van de omgevingsdienst, vindt Molenaar. “In de jaren ’60 was de luchtvervuiling in de regio Rijnmond zo ernstig, dat kinderen soms niet eens naar school mochten. Gemeenten erkenden dit probleem en openden een meldpunt voor bewoners met klachten. Die klachten vroegen om meer actie, en zo ontstond DCMR in 1971. Het blijft mooi dat ons werk begon bij één telefoniste die bezorgde burgers te woord stond. Het contact met de mensen waar we het voor doen, zit nog steeds diep in ons DNA.”

Niet zo zwart-geel

Molenaar nam de functie van algemeen directeur al anderhalf jaar waar en werkte daarvoor als directeur Toezicht en Handhaving en directeur Reguleren, Advies en Omgeving. Daardoor weet hij welke koers hij wil varen. “De komende jaren wil ik ontwikkelingen stimuleren die al waren ingezet: meer impact maken met toezicht, versnelling door vernieuwing en digitalisering, en samenwerking met partners en inwoners.”

Impact bereik je volgens Molenaar niet alleen met controleren, maar ook door scherp te kijken naar het effect van toezicht. “Het gaat erom dat we problemen in de leefomgeving aanpakken. Daarvoor moeten we begrijpen welk gedrag schade veroorzaakt en welke interventies helpen bij gedragsverandering. Wij stimuleren bedrijven en mensen om het goede gedrag te vertonen en het slechte na te laten. Regels, controles en sancties zijn belangrijk, maar ook andere instrumenten zoals vergunningverlening, advies en voorlichting zijn cruciaal.”

“Het gaat erom dat we goed gedrag stimuleren en slecht gedrag voorkomen.”

Zo stond Molenaar in 2018 aan de wieg van het Gedragslab van DCMR. “We onderzoeken hier hoe we regelnaleving via gedragsbeïnvloeding kunnen stimuleren. Dat was nieuw binnen milieutoezicht. Soms is een oplossing heel praktisch. Zo stuurden we vuurwerkverkopers niet alleen een brief met regels over vuurwerkopslag, maar ook een rol zwart-gele tape. Daarmee konden ze in het magazijn aangeven tot hoe ver medewerkers vuurwerkdozen mochten stapelen. De tape werd massaal gebruikt en zo daalde het aantal overtredingen met 75 procent.”

Toezicht met effect

Zijn zoektocht naar meer effect zet Molenaar ook voort als bestuurslid van VIDE, de beroepsvereniging voor toezichthouders. Daar wil hij de werelden van markttoezichthouders, rijksinspecties en omgevingsdiensten dichter bij elkaar brengen. “Iedereen werkt aan professionalisering, maar daarin kunnen we veel meer van elkaar leren.

Botsende belangen

Als omgevingsdienst werkt DCMR in een omgeving met veel belangen en verwachtingen. Daarin is samenwerking noodzakelijk, meent hij. “DCMR werkt voor dertien gemeenten en twee provincies, elk met een eigen politiek-bestuurlijke omgeving. Daarnaast zitten hier grote industriële en chemische bedrijven met strategische waarde voor Europa en onze economie. Dan kom je alleen verder als je de juiste partners opzoekt en inzicht hebt in elkaars belangen en motieven. Daarom werken we samen met bijvoorbeeld het Havenbedrijf, Deltalinqs, andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland en binnen Omgevingsdienst NL.”

In dat speelveld ziet Molenaar DCMR als schakel die partijen helpt begrijpen welke rol de omgevingsdienst vervult. “Al die partijen verwachten iets anders van ons. Wij moeten onafhankelijk en deskundig ons werk doen vanuit onze missie: de leefomgeving gezond, veilig en duurzaam maken. Daarin moet DCMR uitleggen, verbinden en grenzen stellen.”

Die rol wordt voor hem nog concreter als belangen botsen. “Bijvoorbeeld als een gemeente woningen wil bouwen dichtbij bedrijven die gevaarlijke stoffen verwerken. Wij moeten dan duidelijk maken wat de wet vraagt en wat keuzes betekenen voor de leefomgeving. Daarbij vind ik het belangrijk dat bestuurders, bedrijven en inwoners onze rol begrijpen. En wij hebben hun input nodig, zodat we hun belangen kunnen meewegen.”

Onmisbare ogen en oren

De omgeving bestaat voor Molenaar ook uit maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor publieke belangen. Met deze partijen wil hij goed samenwerken. “Vroeger waren we afhoudend, omdat we liever zelf onze prioriteiten bepaalden. Maar we streven hetzelfde belang na, dus kun je beter samen optrekken. Zo bereik je meer.” Zoals met milieuorganisatie The Plastic Soup Foundation. “Zij gaven ons informatie over bedrijven die plastic korrels loosden in de Maas en de Rijn. Op basis van die informatie konden we gerichter toezicht houden én in gesprek over hoe het anders kon. Bedrijven pasten hun werkwijze aan, waardoor het plasticgehalte in het rivierwaterdaalde.”

“Inwoners en ngo’s zijn een onmisbare schakel in ons werk.”

Ook omwonenden ziet hij als onmisbare schakel. “Zij ruiken, horen en zien wat er gebeurt. In onze meldkamer komen jaarlijks tienduizenden meldingen binnen. Die helpen ons om problemen in beeld te krijgen. Omgekeerd helpt DCMR omwonenden om hun leefomgeving beter te begrijpen, zoals met toegankelijke vergunningen, vergunningen in eenvoudige taal. Die ontwikkelingen stimuleer ik.

Lees ook:

Expertise eerst

Zijn nieuwe rol betekent dat Molenaar bewust meer afstand neemt van de inhoud. “Ik heb veel inhoudelijke kennis opgedaan, maar als algemeen directeur geef ik vooral ruimte aan de expertise van mijn collega’s. Je moet niet alles zelf willen doen. Onze experts hoeven niet alles voor te leggen aan de directie. Het is aan mij om in te stappen als dat nodig is.”

Blik op de toekomst

Molenaar wil de komende jaren een aantal ontwikkelingen stimuleren. “Impact maak je ook door zaken te versnellen. Zo ziet het proces van vergunningverlening er over vijf jaar waarschijnlijk anders uit. Bedrijven voeren zelf informatie in, AI-tools helpen bij het opstellen van teksten en vergunningverleners toetsen of dit past bij regels, risico’s en of de omgeving voldoende betrokken is bij de plannen. Daarnaast hebben we recent de vergunbaarheidsverklaring ontwikkeld. Daarmee krijgen bedrijven die nieuwe activiteiten ontwikkelen sneller inzicht in de vergunbaarheid van hun plannen. Dat helpt hen bij investeringskeuzes en -beslissingen. Zo versnellen we ook duurzame ontwikkelingen.”

“Ik geef ruimte aan de expertise van collega’s. Je moet niet alles zelf willen doen.”

Ook wil hij werk maken van slimme informatievoorziening. “Ik wil dat inspecteurs sneller kunnen zien wat er speelt als ze bedrijven bezoeken: welke vergunningen gelden, waar risico’s zitten en welke signalen er uit de omgeving komen. En even belangrijk: inwoners moeten informatie over hun omgeving makkelijker kunnen vinden. Bijvoorbeeld over bodem, luchtkwaliteit en geluid, wat bedrijven doen en wat DCMR doet om problemen aan te pakken.”

De combinatie van vernieuwingen en opgaven in de regio maakt het werk voor Molenaar aantrekkelijk. “Hier komen grote risico’s en ontwikkelingen samen. We kunnen niet zonder de haven, de industrie, de natuur, of genoeg woningen. Dat moeten we allemaal goed op elkaar afstemmen door samen te werken. Ik heb veel zin om me daar samen met collega’s, opdrachtgevers en andere partijen voor in te blijven zetten.”