Het is en blijft een hardnekkig probleem: bedrijven en particulieren die illegaal asbest van hun dak verwijderen en afvoeren. De nieuwe controles van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) zorgen voor een hoge pakkans van fraudeurs.

De 29 omgevingsdiensten in Nederland zijn sinds 2013 verantwoordelijk voor het toezicht op asbestverwijdering. En dat is een flinke klus. Normaal gesproken richten zij zich op de officieel aangemelde asbestsaneringen, waarbij ze controleren of saneerders zich tijdens het verwijderen van de asbest aan de regels houden. Maar lang niet iedereen meldt zich wanneer zij asbest aantreffen. Te tijdrovend en te duur, zijn vaak de argumenten. Je bent dan namelijk verplicht om een gecertificeerde asbestsaneerder in te schakelen, en dat kost geld. Veel mensen verwijderen asbest om die reden zelf, met gevaar voor eigen gezondheid. Om dit tegen te gaan, ging Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) een stap verder in haar rol als toezichthouder en ontwikkelde in 2015 het ‘containerproject’.
“Mensen verwachten niet dat wij achteraf, ná het plegen van de fraude, ook nog bij hen op de stoep kunnen staan.”
Zoeken naar ‘grote vissen’
Bij dit project spoort OFGV de ‘grote vissen’ digitaal op en klopt bij hen aan om verhaal te halen. “Soms betrappen we mensen op het verwijderen van maar liefst twaalf of dertien ton asbest”, zegt asbest-coördinator Arlen Grooten, die het containerproject samen met twee collega’s van de omgevingsdienst uitvoert. Omgevingsdiensten zetten al langer slimme data-analyses in om asbestfraudeurs op te sporen. Maar bij het containerproject gaan inspecteurs daadwerkelijk langs voor controle. En met succes: “Bij 80 procent van de verdachte adressen waar we langsgaan, is het raak en zijn we genoodzaakt boetes uit te delen”, zegt Grooten. “Mensen schrikken van ons onverwachtse bezoek. Meestal geven ze al snel toe dat ze schuldig zijn aan illegale asbestverwijdering. Ze verwachten niet dat wij achteraf, ná het plegen van de fraude, ook nog bij hen op de stoep kunnen staan. De boete bedraagt al gauw 3.000 tot 5.000 euro.”
Samenwerking
Grooten bedacht het project vijf jaar geleden met John Talen van de Inspectie SZW. De mannen houden zich allebei bezig met asbest-illegaliteit en werkten in het verleden al samen in andere asbestzaken. Ze kwamen met elkaar in gesprek en voelden de noodzaak om iets te doen aan de illegale asbestverwijderingen. Grooten: “We delen veel kennis en informatie met elkaar om samen te werken aan een integrale aanpak. Zo ontstond het ‘containerproject’, vernoemd naar de bakken waarin asbest wordt opgeslagen.”
Data combineren
Hoe gaat het project precies in zijn werk? Door allerlei data uit verschillende databases zorgvuldig te combineren, stelt het team van de OFGV een lijst op met verdachte adressen waar mogelijk gesjoemeld is met asbest. “We trekken alleen de asbestverwijderingen vanaf 500 kilo na, dat is omgerekend zo’n 35 vierkante meter aan asbest. Om meer, kleinere, illegale asbestverwijderingen na te trekken, hebben we gewoonweg geen capaciteit binnen de OFGV.”
“Bewoners in het buitengebied voelen zich doorgaans veilig, ze hebben het gevoel dat er op het platteland weinig toezicht is.”
Eerst bekijkt het team de meldingen in het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA). Bedrijven zijn verplicht om hun bedrijfsafval en ook gevaarlijk afval bij deze meldinstantie aan te geven. Het LMA stelt deze gegevens beschikbaar aan overheden voor handhaving, beleid en vergunningverlening. Zo kan de omgevingsdienst bekijken wie in een bepaalde periode asbest naar de stortplaats heeft gebracht. De adressen die daaruit rollen vergelijken ze met andere databases, zoals de startmeldingen bij Inspectie SZW. Dat zijn de officiële meldingen die gecertificeerde saneerders doen voor aanvang van de sanering. Grooten: “Gecertificeerde asbestsaneerders horen daar een melding in te dienen als ze asbest gaan verwijderen. Ook geven ze daarbij aan om hoeveel asbest het gaat. Als deze melding overeenkomt met de melding in het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen, is er niets aan de hand. Dan schrappen we die van onze lijst. De asbestverwijderingen die na deze data-analyse overblijven en dus nergens zijn aangemeld, zijn verdacht. Dáár gaan we vervolgens langs.”
Illegaliteit op het platteland
Verdachte adressen bevinden zich veelal op het platteland, bij boerderijen met grote schuren. Grooten: “Asbest is meestal afkomstig van het dak van zo’n grote schuur. Dan praten we over twaalf of dertien ton illegale asbestverwijdering, dat is een dak van zo’n 800 à 900 vierkante meter. Bewoners en ondernemers in het buitengebied wanen zich doorgaans veilig, omdat ze het idee hebben dat er op het platteland weinig toezicht gehouden wordt.” Maar daar is verandering in gekomen sinds het team van Grooten vier keer per jaar op pad gaat. Per keer controleren ze twaalf adressen in de regio, dat zijn 48 adressen per jaar. “Je zou denken dat door de tamtam die hierover ontstaat, de fraude op termijn wel afneemt. Toch blijven veel mensen het risico nemen, uit financieel oogpunt. Dan heb je wel lef.”
“Hoe meer kennis de politie, milieudiensten en gemeentes hebben over asbest, hoe hoger de pakkans wordt.”
Controles hard nodig
Door het succes van het containerproject verspreidt de werkwijze zich als een olievlek over het land. Andere omgevingsdiensten, zoals IJsselland en regio Utrecht, sluiten zich bij de nieuwe methode aan. Maar ook Amsterdam, Friesland en Zuid-Holland Zuid hebben interesse getoond. En dat is hard nodig, want het gesjoemel met asbestverwijdering komt bij aannemers en particulieren nog steeds op grote schaal voor. “Er gebeuren in deze sector veel dingen die het daglicht niet kunnen verdragen”, zegt Grooten. “Als ik wéét dat dit soort praktijken gebeuren, moet ik daar achteraan.”
Meer ogen en oren op straat
De capaciteit om nog vaker te controleren, is er volgens Grooten bij de OFGV helaas niet: “We moeten niet vergeten waar we voor zijn: toezicht houden op gecertificeerde saneerders. We kunnen geen hoofdzaak maken van het containerproject, al zouden we dat graag willen. Daarom is het belangrijk dat wij andere toezichthouders voorzien van meer kennis over illegale asbestverwijdering. Hoe meer de politie, milieudiensten en gemeenten hiervan afweten, hoe groter de pakkans. Met meer ogen en oren op straat staan we sterker in de strijd tegen asbestfraudeurs.”