Ga naar de inhoud

Help! De natuur is vogelvrij: waar is beleid, uitvoering en toezicht?

De natuur kan niet met een trekker naar het provinciehuis. Je bouwt ook niet zomaar extra groen, zoals extra huizen tegen het woningtekort. En de stemmen van bezorgde burgers over de natuur kunnen nauwelijks op tegen de kortetermijnvisie en belangen van lokale bestuurders. In deze column onderscheidt Foppe de Haan, strategisch adviseur bij het ministerie EZK en natuurliefhebber, deze én andere problemen. Ook reikt hij meteen oplossingen aan, waarover hij graag in gesprek gaat.

Mensen wandelen over pad tussen de weilanden met vogels in de lucht

De natuur gaat kopje onder door andere prioriteiten, dat beeld krijg ik uit diverse rapporten en voortgangsrapportages. Een pijnlijk voorbeeld is de Beleidsdoorlichting Natuur en Biodiversiteit van eind vorig jaar. Hieruit blijkt dat de natuur vogelvrij is. De onderzoekers van SEO en Arcadis signaleren dat bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit géén goed doordachte visie en aanpak is voor behoud van natuur en biodiversiteit. We blijven zitten met vragen als: wat doet het Rijk om doelen te bereiken? Welke uitvoering hoort daarbij? Wie is verantwoordelijk? En hoe sturen provincies en organisaties met toezicht en monitoring?

De natuur komt als laatste

Uit diverse rapporten herken ik zo zes grote problemen die de Nederlandse natuur en biodiversiteit bedreigen:

  1. De vervuiler wordt te weinig aangesproken in het beleid van Rijk en andere overheden en het toezicht en de handhaving daarop. Zeker binnen de stikstofaanpak. Er lijkt een politiek taboe op duidelijke geboden en verboden in wettelijke kaders.
  2. Te grote druk op (natuur)landschappen vanwege de prioriteit om te bouwen tegen het woningtekort. Terwijl leegstand en een uit de hand gelopen beleggingscultuur nog maar mondjesmaat worden aangepakt.
  3. Te weinig natuurregie vanuit het Rijk na de decentralisatie ervan naar provincies. Gelukkig presenteren zowel het Planbureau voor de Leefomgeving als Wageningen Research regelmatig natuuranalyses. Hiermee voorzien zij beleid, uitvoering en toezicht van onafhankelijke informatie en adviezen. Daar wordt helaas niet naar gehandeld.
  4. Te veel lokale juridische schermutselingen door een zwabberend natuurbeleid van provinciaal en gemeentelijk bestuur, dat vooral op geld en compensaties is gericht.
  5. Te grote afstand bij bestuur en rechtspraak tot de lokale natuurkennis van burgers en veldwerkers; waarom zouden Tjeenk Willink’s recente analyses over de bestuursaanpak in Nederland niet ook gelden voor natuurwaarden?
  6. Versnippering van het natuurtoezicht sinds de ingang van de nieuwe Natuurwet 2017. Zijn de omgevingsdiensten, Omgevingsdienst Nederland en boa’s van bijvoorbeeld Staatsbosbeheer binnenkort echt klaar voor handhaving en effectief toezicht?

“Ik identificeer versnippering van het natuurtoezicht sinds de ingang van de nieuwe Natuurwet 2017. Zijn toezichthouders en Omgevingsdienst(en) binnenkort echt klaar voor handhaving en effectief toezicht?”

Vertrouwen wankelt

Inmiddels groeit onder burgers het wantrouwen. En terecht. De reacties van burgers tijdens een recent symposium van de Heimans en Thijsse Stichting over de nieuwe Omgevingswet zijn veelzeggend. Burgers en natuurorganisaties gaven tijdens het symposium aan dat ze bij de introductie van de Omgevingswet graag met provincies en gemeenten mee willen denken over omgevingsplannen en -toezicht. Maar ze hebben er weinig fiducie in dat ze hierover gehoor krijgen bij gemeenten en provincies. Dat is immers nu ook vaak het geval als het over natuurzaken gaat.

Foppe de Haan
Foppe de Haan

Andere oorzaak voor het wantrouwen van burgers zijn de gekke verhoudingen tussen bestuur, rechtspraak en burgers als het om natuurzaken gaat. Natuur is daarin vaak de zwakste schakel. Voorzichtige rechters kiezen op voorhand de kant van het bestuur. En de burger moet steeds vaker met eigen geld betaald onderzoek op tafel leggen, wat een rare bewijslast!

“Een oorzaak voor wantrouwen zijn de gekke verhoudingen tussen bestuur, rechtspraak en natuurkundige burgers. Wat vaak ten koste gaat van de zwakste schakel: de natuur.”

Daarbij komt nog de stille onenigheid tussen publieke uitvoerders als Staatsbosbeheer en RVO en hun opdrachtgevers, veelal provincies. Die laatste willen geen ambtelijke klokkenluiders die burgers helpen bij de rechter om provincies op het rechte natuurpad te houden, waardoor de uitvoerders in die rechtszaken (te) stil blijven en de natuur het nakijken heeft. En in diezelfde lijn: de provincie betaalt en bepaalt dus al snel ook de koers en te weinig kritische toon van natuur- en landschapsorganisaties. Kortom, de natuur delft vaak het onderspit en is vogelvrij…

Kantel de negatieve trends

Hoe heffen we die vogelvrije status van de natuur weer op? En hoe bouwen we meer rechtszekerheid in voor de natuur én voor belangrijke partners als de boer en de natuurminnende lokale burger? Mijn advies: leer van de klimaat- en energietransitie. Vier succesfactoren daaruit zijn voor de natuur:

  1. Opnieuw doordenken en aanpassing van de nationale (natuur)wetgeving en beleid met doelen voor de lange termijn (2030 – 2050) en de korte termijn. Wat mij betreft, bevat robuust natuurbeleid de speerpunten die ook Remkes in zijn adviezen over de stikstofaanpak verwoordde: vooral ‘de vervuiler betaalt’ toepassen. En dat pakket natuurdoelen landelijk en per regio dan vertaald naar meerjarige, deugdelijke natuur- en omgevingsvergunningen. Belangrijk: dan hebben zowel de natuur als de boer in die gebieden rechtszekerheid voor een langere termijn. Concrete doelen, uitvoeren, toezien op presteren en handhaven geeft vertrouwen terug. Want de natuur doet aan marathons en ultralopen, niet aan sprintjes.
  2. Als onderdeel van dat beleid moet ook geïnvesteerd worden in ‘next level’-toezicht. Hiervoor pleitte Theodor Kockelkoren, inspecteur-generaal bij Staatstoezicht op de Mijnen eerder al in ToeZine. Natuurtoezicht moet onafhankelijk en krachtig zijn door samenwerkende omgevingsdiensten en andere toezichthouders, zoals Staatsbosbeheer. Periodieke, grondige voortgangsrapportages in samenwerking met wetenschappers van het Planbureau voor de Leefomgeving en Wageningen Research ondersteunen daarbij. Inclusief de aanbevelingen voor beleid en uitvoering. Er zou snel een plan op tafel moeten komen dat dit ‘next level’ natuurtoezicht uitwerkt. Want ‘silent supervision is outdated’ – stil toezicht is niet van deze tijd. Dat geldt zeker voor toezicht op de natuur!
  3. Inrichting van een succesvolle lokale netwerkaanpak – kennis, kunde en actie – van en door burgers en organisaties van onderop. Zo worden lokale natuurkundige burgers ondersteund bij procedures met bestuur en in de rechtspraak. Ook hier naar analogie van klimaat en energie: in lijn met URGENDA is er dus een NATUGENDA nodig, die ook het natuurbeleid van Rijk, provincies en gemeenten echt kritisch volgt. En die dit, waar nodig, via de rechter het bestuur toetst op zorgvuldigheid en effectiviteit.
  4. Tot slot: voor rechtszekerheid van de natuur (en boeren) is natuurlijk een verder vormgegeven Europees beleid van belang. We zien met de huidige crises, zoals die in Oekraïne, hoe kwetsbaar onze economische fundering is. Laten we – naar analogie van het EU-klimaatbeleid – de crises benutten om bijvoorbeeld Natura 2000 en het landbouwbeleid voor de marathon van de natuur goed in te richten. En wel zó dat beleid bijdraagt aan het behoud en de groei van natuurwaarden en aan de beloning van natuurgerichte gebiedsaanpakken.