Na drie dramatisch droge jaren én de recente watersnood in Limburg is de vraag actueler dan ooit: hoe gaan waterschappen om met droogte of juist zware regenval? De waterschappen Hunze & Aa’s en Limburg zetten uiteen hoe zij al jaren op klimaatverandering inspelen. Van nog scherper beleid en hechtere samenwerkingen met ondertoezichtstaanden tot beter communiceren en meer coachend handhaven.

Bepaalde delen van ons land zijn extra gevoelig voor droogte, denk bijvoorbeeld aan de hoger gelegen zandgronden in het zuidoosten van Nederland. En geen enkel stuk grond is opgewassen tegen de langdurige droogte van 2018 tot en met 2020, met alle gevolgen van dien. Van dijken die broos worden tot grond die regen – wanneer die dan toch valt – niet opneemt. En is er door klimaatverandering geen sprake van droogte, maar juist van extreme regenval, zoals in juli in Limburg, dan moeten waterschappen ook in actie komen. Klimaatverandering heeft behoorlijk vat op ons waterbeleid.
Deel van de oplossing
Zeker nu we merken hoe het klimaat verandert, is goed contact met zowel publieke als private organisaties voor waterschappen broodnodig. Want uiteindelijk gaat het hier om een probleem waar ook zij last van hebben. Én ze kunnen een deel van de oplossing bieden. Denk bijvoorbeeld aan gemeenten, boeren, industrie, consumenten maar ook natuurorganisaties. Veelal kunnen zij door slim water op te slaan, helpen om droge perioden te overbruggen en watertekorten te voorkomen.
Coachend handhaven
Maar hoe houd je als waterschap goed contact? Onder andere door bij overtredingen niet meteen het bonnenboekje te pakken. Coachend te handhaven dus. Michiel Crasborn is toezichthouder bij Waterschap Limburg en werkt al een aantal jaar op deze manier. “We weten dat veel overtredingen in droge tijden, zoals ongeoorloofd grondwatergebruik door agrariërs, uit noodzaak zijn geboren. Daarom krijgen zij de kans om alsnog een vergunning aan te vragen en zo een boete te vermijden. Als we bijvoorbeeld een illegale waterput zien, krijgt de boer een paar dagen de tijd om de papieren te regelen. Vaak genoeg merken we ook dat mensen de exacte regels niet kennen en wél van goede wil zijn. Door in gesprek te gaan, houd je het contact goed en dat bevordert de naleving. Ook bij andersoortige overtredingen, zoals watervervuiling, waarschuwen we eerst, behalve bij de notoire overtreders natuurlijk.”
“Veel overtredingen zijn uit noodzaak geboren.”

Ook binnen waterschap Hunze en Aa’s is de communicatie met boeren – een belangrijke doelgroep als het gaat om beheersing en gebruik van water – hechter geworden tijdens de recente droge jaren. Toezichthouder Sieger Kooijker: “Wij gaan veel met boeren om tafel om te bespreken hoe zij kunnen bijdragen om de effecten van droogte te beperken. Denk dan aan de keuzes voor bepaalde gewassen of zuinigere irrigatiesystemen. Ook lichten we hen voor over wat wel en niet kan. Bij een overtreding waarschuwen we en pas daarna gaan we handhaven. ”
En de communicatie gaat verder dan alleen met boeren. Zo heeft Hunze en Aa’s bijvoorbeeld afspraken met het drinkwaterbedrijf gemaakt over de winning van drinkwater tijdens droge periodes. En overlegt zij met natuurorganisaties over het wel of niet nat maken van bepaalde gebieden voor het behoud ervan. Daarnaast is er nauw contact met bijvoorbeeld de hengelsportfederatie. Tijdens warm weer is er namelijk meer kans op vissterfte. De hengelsportfederatie helpt bij het overplaatsen van de vissen naar een zuurstofrijkere omgeving. Kooijker: “Het is handig om met elkaar in gesprek te zijn, zodat je elkaar ook weet te vinden op de momenten dat je elkaar nodig hebt.”
Goed contact
Communicatie is dus de sleutel, maar daar ligt volgens Waterschap Limburg-bestuurder Har Frenken nog wel een uitdaging. “Met de toenemende klimaatproblemen wordt de informatievoorziening richting ondertoezichtstaanden nog urgenter”, zegt hij. “Want hoe meer problemen, hoe meer maatregelen. Om die informatie goed over te dragen, is communicatie van groot belang. De coronacrisis heeft ons gedwongen ook daarin innovatief te zijn. We hebben webinars georganiseerd en zoeken samenwerkingsverbanden met partners die een groot bereik onder onze doelgroep hebben. We kunnen er namelijk niet van uitgaan dat we iedereen bereiken met onze aanvankelijke manier van berichtgeving – vaak via bijvoorbeeld lokale kranten. Hopelijk biedt een app, die nu nog in ontwikkeling is, in de toekomst nog meer oplossingen.”
“De informatievoorziening richting ondertoezichtstaanden is nu nóg urgenter.”
Overigens is het volgens Frenken niet alleen belangrijk om korte lijnen te houden met ondertoezichtstaanden. “Goed contact met onze buurlanden is net zo belangrijk, zeker voor Limburg. Want het gros van ons water komt bij hen vandaan. Dat stelt ons voor verschillende uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan vervuild water dat ons land in stroomt of aan droogte doordat de bruinkoolgroeves in naburige landen veel water verbruiken. Of aan de overstromingen zoals we die recent hadden. Daarom willen wij ook goede plannen opstellen met Duitsland en België. Sinds enkele jaren hebben we een droogtecoördinator die met waterbeheerders uit die twee landen contact onderhoudt, om te zorgen dat we gezamenlijke projecten voor waterbeheer opzetten. Door de recente watersnood in al onze gebieden komt die samenwerking nu in een stroomversnelling.”

De effecten van slim beleid
De waterschappen houden dus vinger aan de pols bij andere partijen in binnen- en buitenland. Ook hanteren ze onttrekkingsverboden, wat betekent dat er geen water uit de grond of uit bijvoorbeeld meren of plassen gehaald mag worden. Maar ze hebben nog meer praktische toezichtsoplossingen voor het klimaatprobleem. Denk bijvoorbeeld aan het waterschap Hunze en Aa’s, die dus met boeren praat over de overstap naar meer watervasthoudende gewassen. Of aan de slimme drainagesystemen voor boerenpercelen, waaraan Waterschap Limburg is begonnen. Die systemen zorgen dat water wordt vastgehouden voor gebruik in droge periodes. En het waterschap is de duizenden stuwtjes in beken en rivieren aan het automatiseren, zodat ze vanuit een regiekamer te sturen zijn. Zo houden ze nog beter water vast bij droogte en laten ze het juist gecontroleerd gaan bij zware regenval.
“We hebben meer geld nodig, maar gemeenten hebben dat niet.”
Bestuurder Frenken vindt de oplossingen echter nog lang niet ver genoeg gaan. “De recente watersnood in onze provincie laat maar weer zien dat er meer stappen te zetten zijn. Zoals betere en meer waterbekkens, geld om dijken nog beter te onderhouden, maar ook om waterneutraal te bouwen. Waterneutraal bouwen betekent dat er op zo’n manier wordt gebouwd, dat de waterhuishouding in het gebied er geen last van heeft. Dus we moeten met álle betrokken partijen de balans opmaken – van Rijkswaterstaat en de provincie, tot gemeenten, boeren, de industrie en consumenten. Wie verbruikt wat en wie heeft welke rol in het opslaan en beheren van water? Maar daarvoor is geld nodig. En gemeenten hebben die financiële armslag niet, dus dat moet ook vanuit het Rijk komen.”
Uitdagingen in handhaving en toezicht
En dan is er nog die uitdaging waar de meeste toezichthouders mee kampen: capaciteit. Toezichthouder Crasborn: “Je kunt niet overal tegelijk zijn. Op het moment dat je te kampen hebt met extreme droogte, betekent dit een prioritering van je werkzaamheden. Dat kan dan weer ten koste gaan van andere controles.” Frenken erkent dit, maar ziet een mogelijke oplossing. “Misschien kunnen we in die periodes werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die in ons werkgebied ondersteunen bij overige werkzaamheden. Ze kunnen bijvoorbeeld checken of onze duizenden stuwtjes, die nu nog niet geautomatiseerd zijn, wel open staan tijdens droogte. Fijn voor hen, want zo krijgen zij meer werkervaring. En ze vervullen een belangrijke functie voor ons waterschap, als extra ogen en oren naast onze toezichthouders. ”
Rol van waterschappen
Waar het Rijk verantwoordelijk is voor het nationale beleid rondom water, is het aan de provincies om deze regels een regionale vertaling te geven. De 21 waterschappen in Nederland zijn weer verantwoordelijk voor het beheer binnen hun regio. Hoe ze dit doen, verschilt per gebied. Maar één ding is zeker: ze hebben allemaal hun handen vol aan perioden van droogte of zware regenval die zich steeds vaker voordoen. Zo kunnen waterschappen in droge perioden onttrekkingsverboden instellen, waarop ze handhaven. Tijdens zo’n verbod mag er geen grond- of oppervlaktewater meer onttrokken worden. Oppervlaktewater is bijvoorbeeld water uit beken, sloten of kanalen.