Toezichthouders moeten meer oog hebben voor het belang van burgers. Dat vindt Theodor Kockelkoren, Inspecteur-Generaal van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Hij pleit voor ‘next level toezichthouders’. “Dat vereist empathie en een gevoeligheid voor wat er leeft in de samenleving.”

Hoe kunnen toezichthouders het publieke belang nog beter borgen? Veel toezichthoudende organisaties zoeken de verbetering door de nieuwste technieken of wetenschappelijke inzichten te gebruiken, stelt Theodor Kockelkoren. “Maar daarmee zijn we er nog niet. Als we het vertrouwen in toezicht willen behouden of zelfs vergroten, moeten we de grenzen van onze technische kennis inzien en deze aanvullen met wat burgers zien en voelen. Storten we ons volledig op het berekenen van allerlei risico’s met prachtige computermodellen, dan is de kans groot dat we het publieke belang uit het oog verliezen.” De woorden van Kockelkoren sluiten naadloos aan bij wat er de afgelopen jaren misging bij de verstrekking van kinderopvangtoeslag. In december werd schrijnend zichtbaar hoe de overheid het publieke belang daar uit het oog verloor en burgers ten onrechte als fraudeurs bestempelde.
Maak je teams multidisciplinair
Bij de gaswinning in Groningen leerde Staatstoezicht op de Mijnen zelf hoe lastig én belangrijk het is om voldoende oog te hebben voor het belang van burgers. De emoties van inwoners liepen hoog op. Deze situatie gaf de toezichthouder ‘een flinke duw’ richting ‘next level toezichthouden’, vertelt Kockelkoren. “Het werd glashelder dat we de belangen en gevoelens van burgers beter moesten meenemen in ons onderzoek. Daarvoor waren persoonlijke gesprekken nodig; thuis bij mensen aan de keukentafel. Welke impact heeft de gaswinning op hun leven, huis en mentale gezondheid? Voor dit soort gesprekken zijn andere vaardigheden nodig dan voor het maken van risicomodellen. Daarom breidden we onze technische teams uit met mensen die een communicatie- of voorlichtingsachtergrond hebben. Met zo’n multidisciplinair team komen we tot een beter afgewogen oordeel.”

“Met een multidisciplinair team komen we tot een beter afgewogen oordeel.”
Wees voldoende zichtbaar
De ‘next level toezichthouder’ hoort zichtbaar te zijn. Om meerdere redenen, stelt Kockelkoren. “Als er een incident plaatsvindt, is het goed om als toezichthouder zichtbaar aan te kondigen dat je een autonoom onderzoek start. Zo creëer je wat rust; mensen zién dat er verantwoordelijkheid wordt genomen.” Zichtbaar zijn is ook tijdens en na het onderzoek belangrijk. “Laat burgers zien dat je je best doet om hun belang te begrijpen. Wees zichtbaar in de media, maar laat ook je gezicht zien op bijeenkomsten rondom het betreffende thema. Zelf ging ik naar een lokale bijeenkomst na publicatie van onze eerste voortgangsrapportage. Ik hield daar een speech waarin ik liet zien hoe de gevolgen van gaswinning doorwerken op een huishouden in Groningen. Ik schetste een situatie van een gezin, die langzaam haar koopwoning ten onder ziet gaan, maar in een wirwar van bureaucratische paden terechtkomt. Met alle financiële en emotionele gevolgen van dien. Dan zie je veel herkenning in de zaal. Als je je oprecht inleeft en begrip toont, zien mensen dat dat het vertrekpunt is van jouw werk als toezichthouder.”

De wakende rol van SODM
Het SodM ziet toe op de veiligheid van de mijnbouw en energiewinning in Nederland. Zo ook op de gaswinning in Groningen. Na de beving bij het dorp Zeerijp begin 2018 stelde ze een advies op voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De gaswinning moest zo snel mogelijk teruggebracht worden naar een veilig niveau. En woningen dienden versterkt te worden. De minister is uiteindelijk verantwoordelijk voor de uitvoering. SodM heeft geen dwangmiddelen tot haar beschikking, maar kan de minister wél ongevraagd adviseren en deze adviezen publiceren. SodM probeerde Groningers zoveel mogelijk te betrekken bij het proces. Als SodM in Den Haag een persconferentie gaf over haar advies aan het ministerie, zorgde ze ervoor dat Groningers mee konden kijken. Als de NOS geen livestream maakte, regelde SodM dat zelf. Ook schreef de toezichthouder haar rapportages zo helder mogelijk op, zonder ingewikkeld jargon, zodat iedereen het kon volgen.
“Geef inzicht in je werkwijze en maak hen duidelijk dat je je hebt verdiept in de belangen van burgers.”
Geef inzicht in hoe je tot een oordeel komt
De voortgangsrapportages van het SodM worden goed gelezen door de Groningers. In deze rapporten komen ook indrukken uit de gesprekken met inwoners aan bod. “Het is bijna beklemmend om te merken hoeveel Groningers deze rapporten tot in detail lezen”, aldus Kockelkoren. “Geen tv kijken in je vrije tijd, maar een enorm document doorspitten. Dat mensen dit doen, geeft aan hoe belanghebbend ze zijn. Lang niet iedereen is het eens met de adviezen die we geven aan het ministerie. Op lokale bijeenkomsten merk je dat ook. Maar dat geeft ook niet. Het is belangrijker om burgers en organisaties te laten zien hoe je als toezichthouder, op een autonome manier, tot dit oordeel komt. Maak duidelijk dat je daarin hun belangen hebt meegenomen. Zo maak je ze onderdeel van het werk dat je uitvoert.”
Onderschat het niet
In de praktijk blijkt de rol van ‘next level toezichthouder’ lastiger dan gedacht. In Groningen worstelde SodM bijvoorbeeld telkens met haar prioriteiten. Hoeveel tijd steek je in de zichtbaarheid van de organisatie en communicatie met burgers? Kockelkoren: “Er ligt zóveel technisch werk op ons bordje. We neigen ernaar dat als eerste te doen. En wat er aan tijd overblijft, besteden we aan communiceren. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Daar proberen we verandering in aan te brengen. Zichtbaarheid en communicatie is van groot belang. Ik raad andere toezichthouders daarom ook aan om daarin te investeren. Bijvoorbeeld door je teams uit te breiden met mensen die hierover kennis in huis hebben.”
“Er ligt zóveel technisch werk op ons bordje. We neigen ernaar dat als eerst te doen.”
Toepassen op de toekomst
SodM is zelf ook druk bezig zichzelf te versterken op dit vlak. Haar geleerde lessen wil ze graag toepassen op de nieuwe uitdagingen die voor de deur staan, zoals de energietransitie en ontwikkelingen bij geothermie, oftewel aardwarmte. Kockelkoren: “Bij geothermie lopen de emoties niet zo hoog op als bij de aardgaswinning in Groningen. Toch is het belangrijk om hier de elementen van een ‘next level toezichthouder’ zo vroeg mogelijk toe te passen. Zo bouw je als toezichthouder vertrouwen op bij burgers en creëer je draagvlak voor lokale energiewinning. Dus: zorgen voor multidisciplinaire teams, zichtbaar zijn in de media en regio, burgerbezoeken doen en laten zien hoe we tot een besluit komen. We merken dat alles wat we op dit vlak ondernemen, door burgers erg gewaardeerd wordt.”