Ga naar de inhoud

Zorgen over Tata Steel? De omgevingsmanager luistert én handelt

Milieucontroles, inspecties en talloze metingen: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) houdt staalproducent Tata Steel nauwlettend in de gaten. Daarbij wil je het contact met omwonenden goed organiseren. Sinds drie jaar heeft de omgevingsdienst daar één aanspreekpunt voor: de omgevingsmanager. En het werkt: “Het vertrouwen in de aanpak is gestegen.”

Omgevingsmanager Fons Bennink (fotograaf: Martijn Steiner Lovisa)

In 2019 dwarrelden er in het kustdorp Wijk aan Zee regelmatig zwarte stofwolken neer met metalen deeltjes. Omwonenden maakten zich zorgen, politiek en media zaten erbovenop. De grafietregens kwamen bij Tata Steel vandaan. “Die storm van aandacht maakte de omgevingsdienst duidelijk dat ze het gesprek met de omgeving van Tata Steel beter en structureler moesten organiseren”, vertelt Fons Bennink. Sinds 2022 neemt hij als omgevingsmanager die taak op zich.

Eerste aanspreekpunt omwonenden

Bennink is het eerste aanspreekpunt voor omwonenden die overlast ervaren van Tata Steel. Zij kunnen bij hem terecht met uiteenlopende klachten en zorgen, zoals stankoverlast, stofwolken of zorgen over vervuilende activiteiten. “Ik ben de schakel tussen mijn collega’s van de omgevingsdienst en de omgeving. Collega’s die aanvragen voor vergunningen behandelen en toezicht houden, werken vanuit concrete dossiers en procedures. Die hebben een begin en een einde, ook als er juridische vervolgstappen uit voortkomen. Maar voor bewoners zijn zorgen over hinder of uitstoot vaak doorlopend. Maar sommige bewoners ervaren dagelijks hinder of voelen de dreiging van giftige uitstoot. Zij weten niet altijd bij wie ze moeten aankloppen. Als omgevingsmanager haal ik hun zorgen op, geef uitleg en betrek hen bij ontwikkelingen.”

Brengen en halen

Via bewonersavonden en een wekelijks inloopspreekuur in het wijkcentrum houdt Bennink contact met de wijdere omgeving. “We willen omwonenden een gelijkwaardige kennispositie geven ten opzichte van bedrijven en verschillende overheidsinstanties. Ook leggen we zo goed mogelijk uit wat we wel en niet kunnen als omgevingsdienst. We hebben niet overal invloed op. Op bewonersavonden informeren we bezoekers over de lopende vergunningen, hoe procedures werken en welke stappen de omgevingsdienst neemt.” Bennink is daar niet alleen. “Na een gezamenlijk deel praten bezoekers verder in kleinere sessies met inspecteurs, vergunningverleners of andere experts. Laatst ging het over de kooksgasfabrieken van Tata Steel. Daar lopen meerdere handhavingstrajecten en voor omwonenden is dat niet altijd te volgen. We gaven een overzicht en bezoekers stelden hun vragen aan verschillende experts, zoals onze inspecteurs.” 

“Op bewonersavonden delen mensen hun zorgen en krijgen we concrete signalen”

De bewonersavonden en spreekuren zijn bedoeld om informatie te brengen én te halen. “Mensen delen hun zorgen en wij krijgen concrete signalen. Zo hoorde ik na een flinke explosie op het Tata Steel-terrein dat bewoners schade hadden aan hun woning. Dat ging verder dan de overlastmeldingen die we hadden ontvangen. Hoewel wij als omgevingsdienst niets met woningschade kunnen, laat het wel zien hoe zo’n incident impact heeft op het gevoel van veiligheid van omwonenden. Een inspecteur kan die informatie bijvoorbeeld meenemen in gesprekken met bedrijven. Het is tenslotte hun verantwoordelijkheid om een goede buur te zijn voor de omgeving.” 

Serieus succes

De avonden voorzien in een behoefte. “Uit nagesprekken en enquêtes die bezoekers laatst invulden, kwam veel lof voor onze openheid en expertise. Bewoners zijn niet altijd blij met de uitkomsten, maar voelen zich serieus genomen en hebben meer vertrouwen in wat we doen.” Ook leiden de inspanningen tot meer begrip. “Ik merk dat bewoners beter begrijpen wat een omgevingsdienst wel en niet kan. Met die kennis kunnen ze beter afwegen welke stappen ze nemen.”

“We willen omwonenden een gelijkwaardige kennispositie geven ten opzichte van bedrijven en overheidsinstanties.”

Bennink zorgt ook voor terugkoppeling. “Signalen die ik ophaal, leg ik neer bij inspecteurs en experts. Zo stuurden bewoners mij een foto van een tankwagen, waarvan ze dachten dat die illegaal vloeistof loosde. Ik stuurde de foto naar een inspecteur die uitzocht wat er aan de hand was. Uiteindelijk bleek het loos alarm. Ook houd ik in de gaten dat we de omgeving informeren over vervolgacties. Bijvoorbeeld via een nieuwsbrief of onze website. Dat doen we nu veel consequenter. Al vergeten we het nog steeds weleens.”

Dicht op de omgeving

Bennink verdiept zich in de leefwereld van omwonenden en belangengroepen. “Ik struin social media af, ben lid van Facebookgroepen en volg plaatselijke kranten. Daardoor weet ik wat er speelt en kan ik zaken proactief oppakken. Zo zag ik op sociale media onrust ontstaan over een mogelijk verontreinigde vijver in de buurt van Tata Steel. Ik benaderde een inspecteur die watermonsters kon afnemen. Uiteindelijk bleek de vijver schoon. Zo ben ik meldingen vóór.” Contact met bewoners en belangengroepen is snel gelegd. “Ik heb telefoonnummers van omwonenden en contactpersonen bij belangenverenigingen. Zo kan ik hen snel bereiken en zij mij.”

Lees ook:

Blijven melden

Als omgevingsmanager leidt Bennink al die extra ogen en oren in goede banen. “We kunnen niet 24 uur per dag toezicht houden, dus alle input over wat er speelt is welkom. Door in gesprek te gaan, kunnen we signalen op een informele manier meenemen. Daarmee voorkomen we dat mensen bijvoorbeeld een formeel handhavingsverzoek indienen, terwijl er ook andere manieren zijn die minder tijd en administratieve rompslomp kosten.”

“Als omgevingsmanager weet ik wat er speelt en pak ik zaken proactief op.”

Bennink geeft een voorbeeld: “Een paar jaar geleden plaatste een bewonersgroep camera’s in de buurt van Tata Steel om uitstoot te monitoren. Via internet konden mensen meekijken en een melding doen als zij gekleurde wolken zagen. Daarbij vroegen ze ook expliciet om te handhaven. In korte tijd kregen we daardoor veel meldingen. Ik zocht contact met de groep en legde het verschil uit tussen een melding en een formeel handhavingsverzoek. Aan dat laatste zitten juridische procedures vast en die kosten veel tijd. Terwijl een melding ook een belangrijk signaal is dat we meenemen in ons toezicht.”

Bewoners moeten blijven melden, benadrukt Bennink. “Eén of meer meldingen kunnen onderdeel worden van onderzoek dat uiteindelijk tot handhaving leidt. Maar elke melding apart behandelen als handhavingsverzoek is niet uitvoerbaar en effectief. We willen voorkomen dat iedereen onnodig direct het zwaarste formele middel inzet. Zo probeer ik het voor bewoners en onszelf werkbaar te houden.”

Bouwen aan vertrouwen

De rol bevalt de omgevingsdienst zo goed dat er dit jaar een tweede omgevingsmanager is aangesteld voor Amsterdam-Noord, waar omwonenden te maken hebben met industrie in het Westelijk Havengebied en spanningen rondom overlast kunnen oplopen. “Een omgevingsmanager is vooral nuttig in gebieden waar hinder en gezondheidszorgen structureel spelen en verschillende partijen tegenover elkaar komen te staan. De omgevingsmanager kan dan verwachtingen managen en een langdurige relatie met de omgeving opbouwen.”

Voor andere omgevingsdiensten is het nog geen vanzelfsprekende functie, ziet Bennink. “Ik hoor wel dat sommigen erover nadenken. Voor ons werkt het goed. Mijn ideaal is dat bewoners, bedrijven en de overheid samen oplossingen vinden die minder hinder geven. Mooi als ik daar vanuit mijn rol aan kan bijdragen.”