Ga naar de inhoud

Omgevingsdiensten zetten in op gedrag bij toezicht stookinstallaties

Is het laksheid? Weerstand? Regelmoeheid? Alle omgevingsdiensten lopen tegen hetzelfde probleem aan: bedrijven en organisaties die hun stookinstallaties niet of onvolledig laten keuren. Hoe kan dat? En hoe krijgen ze hen zover dat ze die keuringen wel laten doen? Zeven omgevingsdiensten vinden hier samen antwoorden op door het toepassen van gedragskennis.

Controle van stookinstallatie

Ontploffingsgevaar, koolmonoxidevergiftiging of onnodig energieverbruik. Het zijn reële risico’s die bedrijven en hun omgeving lopen als hun stookinstallaties niet optimaal werken. Stookinstallaties zijn bijvoorbeeld (cv-)ketels, noodaggregaten, kachels en luchtverhitters. Naast het jaarlijkse onderhoud moeten bedrijven hun stookinstallaties officieel laten keuren door een gecertificeerd bedrijf. Dit is wettelijk verplicht, maar gebeurt lang niet altijd: keuringen worden niet binnen de wettelijke termijn uitgevoerd of zijn niet volledig. Terwijl ze veel schade, uitstoot en kosten kunnen voorkomen.

Landelijk probleem

Tijdens een cursus over gedragsbeïnvloeding, georganiseerd door Omgevingsdienst NL, ontdekten milieutoezichthouders dat dit probleem bij meerdere omgevingsdiensten speelt. Roeli Andrea, Behavioural Designer bij Omgevingsdienst De Vallei, gaf de cursus: “Toezichthouders brachten casussen in en deelden waar ze tegenaan liepen. Bijna allemaal noemden ze problemen rondom de keuring van stookinstallaties. Dat vonden we zo opvallend dat we besloten hier een vervolgproject van te maken.”

“Veel scholen hebben alleen een onderhoudscontract en denken dat daarmee alles goed geregeld is.”

Inzetten als aanvulling

Vanuit Omgevingsdienst NL is een project opgestart, waarin gedragsexperts van zeven omgevingsdiensten samen het probleem aanpakken. Dat doen ze door design en gedragswetenschap te combineren voor effectieve gedragsinterventies. Hoewel die al langer binnen het toezicht worden ingezet, is dat voor omgevingsdiensten vrij nieuw, vertelt Andrea. “Boetes en andere sancties zet je het liefst alleen in als er echt sprake is van grote milieubelastende activiteiten. Dat is bij keuringen van stookinstallaties vaak niet zo. Met kleine gedragsinterventies kun je al veel doen en mensen de juiste kant op laten bewegen. Als aanvulling op toezicht en handhaving, niet als vervanging.”

Roeli Andrea
Roeli Andrea

Gerichte keus voor doelgroep

Het probleem van de keuringen speelt in alle branches, maar de zeven Omgevingsdiensten richten zich eerst op scholen. Een bewuste keuze. Andrea: ‘Uit gesprekken in het veld bleek dat de meeste overtredingen voorkomen bij kleinere bedrijven en organisaties. En effecten van maatregelen kun je het beste meten bij een specifieke afgebakende doelgroep. Scholen  hebben veiligheid en duurzaamheid hoog in het vaandel staan, dus we verwachtten dat die groep open zou staan om dit probleem aan te pakken.’

Welwillend en onwetend

Die aanname klopte. Uit een uitgebreide gedragsanalyse met observaties en gesprekken met toezichthouders en scholen blijkt dat veel scholen niet op de hoogte zijn van wet- en regelgeving en hoe vaak een keuring verplicht is. Ook weten ze niet dat er een verschil is tussen onderhoud en een keuring. “Veel scholen denken dat een onderhoudscontract voldoende is en zijn zich niet bewust van de veiligheidsrisico’s die het achterwege laten van keuringen met zich meebrengen. Daarbij ontbreekt het hen ook vaak aan tijd om zich hierin te verdiepen.”

“Met gedragsinterventies kunnen we boetes en andere sancties bewaren voor grote milieubelastende activiteiten.”

Zo makkelijk mogelijk

Op basis van deze bevindingen kozen de omgevingsdiensten voor twee interventiestrategieën: doelgericht kennis overdragen en gewenst gedrag behapbaar maken. “Tussen weten, willen en doen zit vaak een gat. Scholen willen wel graag aan de wet voldoen, maar ze weten niet wat een stookinstallatie precies doet, en zijn niet op de hoogte van de verplichte keuring. Daarom gaan we ze eerst informeren en misvattingen wegnemen.”

Praktisch en behapbaar

Daarvoor ontwikkelde de groep een praktische flyer en een stappenplan in begrijpelijke taal. “Zo sporen we scholen aan om actie te ondernemen. We maken de acties daarnaast behapbaar, zodat de kans groter is dat ze die keuringen echt inplannen en laten uitvoeren.” Dat werkt beter dan een brief waarin je in ambtelijke taal aangeeft dat scholen verplicht zijn om te keuren,” aldus Andrea.

Meten is weten

Om het effect te meten, wordt de interventie in een vooraf geselecteerd gebied ingezet. “Door middel van data analyse kunnen we zo in de gaten houden of meer scholen een keuring laten doen. Is het effect positief, dan kunnen we de interventie door heel Nederland uitrollen. Zo niet, dan gaan we terug naar de tekentafel en onderzoeken we waarom de interventie niet het gewenste effect heeft opgeleverd.”

Erkennen neemt weerstand weg

Hoe zit het bijvoorbeeld met de regeldruk die veel scholen ervaren? Of wanneer ze de kosten van een keuring te hoog vinden? Kun je daar met gedragsinterventies wel wat aan doen? Zeker, meent Andrea. “Erkennen is ook een gedragstechniek. Als je gewoonweg erkent dat scholen het druk hebben, en dat wet- en regelgeving inderdaad niet altijd duidelijk is, neem je al veel weerstand weg. Vervolgens is het belangrijk dat je het nut en de noodzaak blijft uitleggen en concrete handvatten biedt, zodat ze ook iets kunnen doen.”

“Het zou mooi zijn als alle omgevingsdiensten in de toekomst een gedragsspecialist in dienst hebben.”

Pionieren

Als de interventies werken, kunnen andere omgevingsdiensten deze zo overnemen. Maar dit pionieren heeft nog een ander gunstig effect: gedragsinterventies vanzelfsprekender maken binnen alle omgevingsdiensten. “Zo heeft nu nog niet elke omgevingsdienst een gedragsspecialist in dienst”, constateert Andrea. “Het zou mooi zijn als andere diensten dankzij dit project de waarde gaan inzien van gedragskennis en ook een gedragsspecialist aannemen. Een toezichthouder stelt bij controles vaak niet de vraag waarom iemand iets wel of niet doet, omdat hij weinig met dat antwoord kan. Wij stellen die vraag wel, waardoor we de boetes en andere sancties kunnen bewaren voor groepen die moedwillig de wet overtreden. Wij zeggen altijd: de meeste mensen deugen en met gedragsinterventies geven we ze nog een duwtje in de goede richting.”

De volgende zeven Omgevingsdiensten nemen deel aan dit project:

  • Omgevingsdienst De Vallei (ODDV)
  • DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR)
  • Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG)
  • Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)
  • Omgevingsdienst Achterhoek (ODA)
  • Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) 
  • Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)