Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Toezicht in big data-tijdperk vraagt om voortdurende innovatie

Toezicht in big data-tijdperk vraagt om voortdurende innovatie

Big data, blockchain, bitcoins en Internet of Things: de voortschrijdende techniek brengt tal van nieuwe begrippen met zich mee. Over de wereld die daarachter schuilgaat én de betekenis voor het toezicht hield het Haags Congres Bureau met ondersteuning van Vide een studiemiddag in het Haagse perscentrum Nieuwspoort.

Er breken spannende tijden aan voor toezichthoudende organisaties; de snelheid waarmee de digitale techniek z’n weg vindt naar en in de samenleving is ongekend. Veel van deze technieken zijn disruptief (ze ontwrichten bestaande structuren) en leiden uiteindelijk tot volledig nieuwe structuren en systemen. Toezichtorganisaties zullen daarom fors aan de bak moeten om alle ontwikkelingen bij te houden en er handig gebruik van te maken. Door het slim combineren van informatie kunnen inspecties veel effectiever hun werk doen. Maar de andere kant van de medaille is dat ondertoezichtstaanden van dezelfde nieuwe digitale technieken gebruikmaken. Hun handel en wandel is daardoor steeds minder zichtbaar en dus zal het toezicht zich ook op de digitale processen moeten richten. Dat kan alleen met de daarvoor vereiste deskundigheid. En ook criminaliteit zelf is steeds vaker digitaal en datagedreven. ‘Old school’ inspecteurs ‘met een neus voor misstanden’ zijn dan niet meer genoeg om goed toezicht te kunnen houden.

Data is de nieuwe olie

Trendwatcher en internetondernemer Sander Duivestein schetste in welk exponentieel tempo nieuwe technieken hun intrede doen. Traditionele oliegedreven ondernemingen als Shell en General Motors, bedrijven die tot voor kort vooropgingen in de economie, hebben allang plaats moeten maken voor datagedreven bedrijven als Google, Apple en Facebook. Oftwel: data is de nieuwe olie, met alle ontwrichtende gevolgen van dien. Want Uber en Airbnb zijn slechts voorproefjes van wat ons nog allemaal te wachten staat. Hele sectoren zullen radicaal veranderen. Bestaan traditionele bedrijven straks nog wel? Of nemen intelligente machines het werk grotendeels over? Verdwijnen werknemers in loondienst? Krijgen we binnenkort te maken met bedrijven waar helemaal geen mensen meer werken en die onderling in bitcoins of andere digitale valuta afrekenen? Bestellen we straks zelfrijdende taxi’s die, aangestuurd door een intelligent systeem, niet meer naar een adres rijden, maar naar jouzelf, op welke locatie je je ook begeeft? Sturen we straks geen foto’s of filmpjes meer vanaf ons vakantieadres, maar laten we familie en vrienden via virtual reality met ons meereizen?

Wettelijk kader moet ruimer?

Hóe de wereld er straks precies uitziet, daar durfden maar weinig sprekers op de studiedag zich aan te wagen. Maar dát de wereld (en dus ook die van het toezicht) er straks totaal anders uitziet, daarover waren ze het wel met elkaar eens. En dus ook over de stelling dat het een enorme opgave wordt voor toezichthouders om alle ontwikkelingen bij te houden. Want begrijpen inspecteurs straks de processen en risico’s bij ondertoezichtstaanden nog wel? En vormen de huidige wettelijke regels niet een enorme beperking om zelf volop van de digitale mogelijkheden gebruik te maken? Hebben inspecties straks voldoende ruimte om in de geest van de wet te kunnen doorpakken?
Volgens Haiko van der Voort, universitair docent aan de faculteit ‘Techniek, Bestuur en Management’ van de TU Delft, doemen tal van vragen en dilemma’s op waar inspecties mee aan het werk moeten. Wachten ze bijvoorbeeld af tot er nieuwe wetten en regels zijn of attenderen ze de politiek zelf op gedateerde regelgeving? Schuiven inspecties mogelijk zelfs steeds meer op richting beleidsmaker? En is het ‘ouderwetse’ toezicht straks nog wel nodig, als controle, bevoegdheden en zeggenschap door voortschrijdende digitalisering steeds meer bij individuen komen te liggen? Blockchain – het digitale grootboek waarbij diverse partijen elkaar controleren – maakt bijvoorbeeld externe controle overbodig.
Data is de nieuwe olie, met alle ontwrichtende gevolgen van dien.
Van der Voort: “Bij tal van inspecties doen data-analisten momenteel hun intrede. Toch zullen ook de inspecteurs van de oude stempel nodig blijven. Alleen in onderlinge samenhang kunnen de juiste interventies plaatsvinden.” Hij wees ook op de snelle opkomst van ‘civil scientists’: slimme burgers die in hun eentje langs digitale weg lekken en gebreken bij organisaties opsporen. Moeten inspecties daarmee samenwerken, of juist niet? Het is een van de vragen waarmee inspecties aan de slag moeten, meent Van de Voort. In elk geval is een ruimer wettelijk kader voor inspecties volgens hem onontkoombaar, omdat de snelheid waarmee de technologie zich ontwikkelt anders zorgt voor een ‘institutionele leegte’: een niet bij wet geregelde situatie. Voor toezichthouders is het dan lastig optreden. “Geen mandaat zonder duidelijk kader”.

Big data in de handhaving

Daarna was het de beurt aan de praktijk: toezichthouders en specialisten schetsten in een notendop de verhouding tussen techniek en praktijk. Zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT) die op tal van manieren big data-technologie kan inzetten om, bijvoorbeeld, overbelading van vrachtwagens tegen te gaan of de rij- en rusttijdenwet beter te kunnen handhaven. Nu nog is gesjoemel met beide aan de orde van de dag. Zo blijkt 1 op de 6 vrachtauto’s te zwaar beladen en wordt op grote schaal gefraudeerd met tachografen. Slim gebruik van beschikbare informatie kan die overtredingen en misdrijven een halt toeroepen. Alleen blijken privacyregels de technische mogelijkheden in de praktijk flink in te perken. En blijkt een zelfrijdende bus nu nog vogelvrij, omdat de wet een dergelijk niet door een mens bestuurd voertuig niet als een bus definieert. “De uitdaging is niet alleen om goede toepassingen of internationale afspraken te maken, maar vooral of de wetgever de snelheid van technische ontwikkelingen bijhoudt”, aldus Ferry van Wijnen van de ILenT.
De uitdaging is vooral of de wetgever de snelheid van technische ontwikkelingen bijhoudt.
Toezicht-consultant Rob Velders was dezelfde mening toegedaan. “Regels zullen voortdurend aangepast moeten worden, anders zijn ze binnen de kortste keren alweer achterhaald. En inspecties zullen continu moeten blijven innoveren om de ontwikkelingen bij te houden. De transitie van huidige systemen en structuren naar nieuwe vindt immers voortdurend plaats. Dat betekent ook dat je rol steeds wijzigt. Toezichthouders zouden samen aan deze innovaties moeten werken. Zeker op het terrein van data-analyse, datamining en sharing.”
Tot slot riep Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) inspecties op om bij de politiek aan de bel te trekken wanneer ze op knellende of achterhaalde wetgeving stuiten, of wanneer meer ruimte gewenst is. Volgens hem heeft het nieuwe kabinet met de extra investering in toezicht onderkend dat extra investeringen nodig zijn om in dit digitale tijdperk de ontwikkelingen bij te kunnen houden. “Hier moeten toezichthouders écht heel hard mee aan de slag, ook op het gebied van kennisontwikkeling. Want als jij straks als toezichthouder niet meer snapt waar ondertoezichtstaanden mee bezig zijn, hoe kun je dan nog toezicht houden? Met elkaar moet je actief die kennis gaan delen, vanuit al je verschillen. En samen moet je bij ons als parlementariërs agenderen waar het beter moet.”