Als het aan het kabinet ligt, gaan Nederlandse huishoudens vanaf 2030 massaal over op groene waterstof. Maar dat kan pas als er een bewezen veilig en betaalbaar duurzaam alternatief is voor aardgas. Toezichthouders, veiligheidsregio’s en netbeheerders onderzoeken dit in vier waterstofpilots. De eerste pilot ging eind 2022 van start in het Gelderse Lochem.

Torenhoge gasprijzen en doemscenario’s over het klimaat. Hoe sneller we overgaan op groene energie, hoe beter. Het kabinet heeft zijn pijlen gericht op groene waterstof (zie kader). Die energiebron heeft namelijk twee grote voordelen. Bij de verwarming van waterstof komt geen CO2 vrij én het kan in plaats van aardgas door het Nederlandse energienetwerk vloeien.
Wat is waterstof?
Groene waterstof (H2) is een duurzaam alternatief voor aardgas. Het wordt gemaakt met water en groene stroom, maar gedraagt zich als een gas. Net als aardgas wordt waterstof verbrand, maar bij dat proces komt water vrij in plaats van CO2. Naast groene waterstof bestaan er minder duurzame varianten, zoals blauwe en grijze waterstof. Grijze waterstof wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals kolen en gas. Bij blauwe waterstof wordt de CO2-uitstoot afgevangen.
Tijdelijke uitzondering
Het verzoek tot de waterstofpilots kwam van de netbeheerders. Zij staan met de energietransitie voor een grote opgave. “De Gaswet rept alleen over aardgas, waterstof komt hier nog niet in voor. Maar een beschikking is wel nodig om een pilot te mogen starten”, vertelt consultant Rob Velders. Hij is door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) ingehuurd als adviseur en coördinator voor het toezicht op de waterstofpilots. “Met het tijdelijk kader voor waterstofpilots van ACM kwam de mogelijkheid om kennis en ervaring op te doen met waterstof er in 2021 wel. Heel goed dat ACM met zo’n gedoogkader is gekomen. Het geeft ruimte om ervaring in de vier pilots op te doen.”
“Instemming vooraf is buiten de comfortzone van toezichthouders.”
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat maakte bovendien richtsnoeren voor de veiligheid om waterstofprojecten mogelijk te maken, stelt Velders. “Het Generiek richtsnoer Waterstofveiligheid geeft aanknopingspunten voor het veilig omgaan met waterstof. Specifiek voor de vier waterstofpilots is er bovendien het Aanvullend veiligheidsrichtsnoer. Hierin staan de afspraken die gemaakt zijn binnen de Green Deal H2-Wijken over het borgen van de veiligheid.”
Eerste ter wereld
Hoe veilig, betaalbaar en duurzaam kunnen Nederlandse huishoudens waterstof inzetten? Dat is de vraag die landelijke, regionale en lokale toezichthouders, veiligheidsregio’s en netbeheerders beantwoorden in de waterstofpilots. De primeur is voor het Gelderse Lochem, met een pilot voor drie jaar. In de wijk Berkeloord zijn twaalf monumentale woningen van aardgas overgezet op waterstof. “Denk je dat waterstof veilig is in jouw onderdeel in de keten? Deze vraag moesten de partners eerst met een volmondig ja beantwoorden”, vervolgt Velders. “Alleen dan kon de pilot doorgaan. Best bijzonder. Vooraf uitspreken dat je een nieuwe techniek veilig genoeg acht, ligt buiten de comfortzone van toezichthouders. Want stél dat er wat gebeurt… maar ze durfden het, na soms nog wat extra controles vooraf, toch allemaal aan.”
“Niet alle organisaties kenden elkaar al of hadden eerder samengewerkt.”
In de wijk Berkeloord werden voorbereidingen getroffen. Op een naburig bedrijventerrein werd de afgelopen jaar een afgesloten waterstof-opstellocatie gerealiseerd. De waterstof wordt daar per tubetrailer aangeleverd. Vervolgens gaat de waterstof deels door nieuw aangelegde en deels door de bestaande gasleidingen naar de monumentale panden. Ook werden de huizen geïsoleerd en kregen de bewoners een waterstofketel. Hierin wordt de waterstof omgezet naar elektriciteit. Waterstof is namelijk niet geschikt om mee te koken, koken doen bewoners op een inductiekookplaat. Velders noemt Lochem een bijzondere pilot. “Voor zover we weten zijn het de eerste gewone woningen ter wereld die zijn overgegaan op waterstof. Moet je je voorstellen dat je bij die éérste aardbewoners hoort.”
Op stoom
Bij de pilot in Lochem werken veel verschillende partijen samen: landelijke toezichthouders als ACM (vergunningverlening/gedoogbeschikking en toezichthouder op de leveringszekerheid) en het Staatstoezicht op de Mijnen (toezicht op de veiligheid van de leidingen). Daarnaast zijn Omgevingsdienst Achterhoek, gemeente Lochem, netbeheerder Alliander en Veiligheidsregio Noord-Oost Gelderland betrokken, onder andere voor vergunningen en veiligheid. Het duurde ruim een jaar om als toezichthouders goed op stoom te komen bij de pilot, aldus Velders. “Niet alle betrokken overheidsinstanties kenden elkaar bij de start of hadden eerder samengewerkt. Korte lijnen zijn belangrijk, daarom hebben we daar eerst op ingezet.”
Waterstofketen
Bij de pilots in Lochem en ook Hoogeveen, Stad aan ’t Haringvliet en Wagenborgen (zie kader hierna) leren de partners over waterstof bij verschillende woningen: van bestaande woningen en nieuwbouw tot huurflatjes en monumentale panden. Bij de pilot doen ze samen kennis op en kijken ze naar eventuele belemmeringen. “Iedereen is verantwoordelijk voor een deel van de keten”, zegt Velders. “Bij vervoer over de weg is bijvoorbeeld een vergunning nodig voor gevaarlijk transport. Waterstofgas wordt namelijk onder hoge druk vervoerd met tubetrailers. Bij die vergunningen zijn de veiligheidsregio en gemeente betrokken. De Omgevingsdienst verleent de omgevingsvergunning voor de opstellocatie. Op dit moment komt de waterstof nog van elders. In Lochem is deze opgeslagen in tubetrailers. In de toekomst moet waterstof via ondergrondse leidingen door heel Nederland worden gedistribueerd.”
De pilots
- Lochem (Gelderland): twaalf monumentale woningen gingen eind 2022 over op waterstof.
- Wagenborgen (Groningen): veertig bestaande huurwoningen gaan in 2023 over op waterstof.
- Hoogeveen (Drenthe): begin 2023 besluit de gemeenteraad van Hoogeveen over de bouw van honderd waterstofwoningen in de nieuwe wijk Nijstad-Oost. Komende zomer gaan bovendien zes woningen in de naastgelegen wijk Erflanden over op waterstof. Bij de NAM-locatie Ter Arlo komt een ontvangstation, daar wordt de waterstof uit tubetrailers ingevoerd in het gasleidingennetwerk.
- Stad aan ’t Haringvliet (Zuid-Holland): stemt in 2023 over een duurzaam alternatief voor aardgas. Het stadje met 600 woningen wil in 2025 helemaal af van fossiele brandstof. Als meer dan 70% van de inwoners instemt met dit plan, gaan ze gratis over. Woningeigenaren kunnen ook kiezen voor een individuele aardgasvrije oplossing met bijvoorbeeld een warmtepomp.
Over de streep
Alle kennis en vooronderzoeken wijzen erop dat de inzet van waterstof veilig kan, de pilots moeten dat uitwijzen. Bewoners zijn een belangrijke factor, stelt Velders. Het toezicht op waterstof stopt namelijk niet bij de voordeur van hun woning. Het loopt door tot aan de meter, net als bij gas het geval is. Bewoners kunnen niet gedwongen worden deel te nemen aan de pilot. “Veel mensen willen meedoen, maar er zijn er ook die nee zeggen. Bijvoorbeeld omdat ze geen zin hebben in verandering of waterstof wantrouwen. Er wordt alles aan gedaan om deelname (financieel) aantrekkelijk te maken. Zo is afgesproken dat waterstof niet duurder zal zijn dan aardgas en krijgen bewoners een tegemoetkoming voor energiebesparende maatregelen.”
Evaluatie en wetgeving
Gaan de twaalf woningen in Lochem na succes blijvend over op waterstof? Velders durft het niet te zeggen. “Persoonlijk hoop ik van wel, maar laten we eerst de evaluaties afwachten. In de tussentijd moet de kennis die we nu opdoen, gedeeld worden binnen de betrokken organisaties en geborgd worden. Daarom heb ik onder andere een voorzet gedaan voor een curriculum, waarmee toezichthouders hun medewerkers kunnen scholen.”
“We hoeven niet tot het einde te wachten om tot wetgeving te komen.”
De lessen die de partners nu opdoen in Lochem zijn alvast heel bruikbaar. Kost het bij zo’n eerste pilot voor toezichthouders nog veel tijd om op te starten, bij de komende pilots zal dat veel sneller gaan. Ook al verschilt de samenstelling per regio. Landelijke toezichthouders zijn bij alle vier pilots betrokken, maar er schuiven wel steeds nieuwe gemeenten, omgevingsdiensten, netbeheerders en veiligheidsregio’s aan. Velders: “De laatste pilot start in 2025, maar we hoeven hopelijk niet tot het einde te wachten om tot wetgeving te komen. Hoe eerder het beleid en de regelgeving de energietransitie faciliteren, hoe beter.”