Ga naar de inhoud

Man en paard: bezuinigen op digitaal toezicht heeft een prijs

Nederland haalt zijn goud terug naar Europa, maar onze data – onze digitale goudstaven – staan nog massaal opgeslagen bij niet-Europese techbedrijven. Juist nu onze digitale afhankelijkheid groot is, staat toezicht onder druk. Columnist Jeroen Kerseboom waarschuwt dat bezuinigen op digitaal toezicht grote gevolgen kan hebben.

Afbeelding van typemachine waarop een column wordt geschreven

De opslag van data buiten Europa is als een omgekeerd Paard van Troje. Stelt u zich voor: van de ene op de andere dag staat binnen de stadsmuur een mooi, groot, hol houten paard, waarin iedereen gratis al zijn spullen veilig kan opbergen. Cadeau van een rijke weldoener van ver buiten de stad. Inwoners van de stad lopen af en aan met hun spaargeld, vakantiefoto’s, dagboeken, correspondentie en reservesleutels.

Ongereguleerde paardenhandel

Niet lang daarna staat er een tweede paard, van andere eigenaren, ook van buiten de stad. De opslag daarin is niet alleen goedkoper (het eerste paard is inmiddels met een maandelijks abonnementje gaan werken), maar hier krijg je korting op je boodschappen en je verzekeringen! Sommige inwoners willen graag overstappen, maar het blijkt erg lastig om hun spullen te verhuizen. Ze zitten min of meer vast in het eerste paard.

Journalisten komen er ondertussen achter dat in de paarden niet alleen maar nette spullen worden opgeslagen. Explosieven, schokkend beeldmateriaal en haatzaaiende teksten blijken er net zo makkelijk te worden toegelaten. Eigenlijk wordt er vanuit de paarden ongereguleerde handel gedreven: het zijn marktplaatsen waar nauwelijks zicht is op wat er wordt aangeboden en door wie.

Jeroen Kerseboom
Jeroen Kerseboom

Het gemeentebestuur besluit hierop regels op te stellen over wat de paarden moeten doen tegen illegale spullen en schadelijke inhoud, en over het kunnen verhuizen van hun spullen naar een andere aanbieder.

Van paard naar platform

Tot zover de analogie. Terug naar de echte wereld. De paarden hebben daar verschillende gedaanten: van clouddiensten waarin we onze data opslaan tot sociale media waar steeds meer mensen hun informatie vandaan halen. Het gemeentebestuur staat voor Europa dat de afgelopen jaren verschillende regels heeft ingevoerd om de mogelijkheden van zulke digitale diensten in goede banen te leiden en de risico’s te begrenzen.

“De ACM en AP zien toe op de naleving van de regels voor digitale platforms en dat is best een taaie klus.”

Zo moet de Data Act het makkelijker maken om van cloudaanbieder te wisselen. En de Europese digitaledienstenverordening (Digital Services Act, DSA) reguleert digitale platforms en online diensten in Europa. De DSA bevat regels voor een veilige, betrouwbare en voorspelbare online omgeving. De ACM en de AP zien hierop toe, en dat is best een taaie klus, om verschillende redenen.

Toezicht onder druk

Allereerst zijn we met z’n allen erg gewend geraakt aan het gemak van alle via het internet verbonden diensten. Niemand zit te wachten op toezichthouders die dat willen “afpakken”. Ook internationaal neemt de druk toe op Europa. Vanuit de Verenigde Staten klinkt bijvoorbeeld het verwijt dat de DSA Europese censuur exporteert naar Amerikaanse techbedrijven. Europese wetgeving zou de Amerikaanse vrijheid van meningsuiting beperken. Toezichthouders worden gezien als de handlangers van dat systeem dat Amerikaanse techgiganten het leven moeilijk probeert te maken.

Lees ook:

Relevante artikelen

Europa snijdt zelf in regels

Binnen de Europese Unie zélf staat het toezicht op digitale platforms inmiddels ook onder druk. Onder het motto van deregulering en simplificatie worden regels opnieuw tegen het licht gehouden. Snijden in regels kan soms verstandig zijn. Maar in de praktijk leidt deze operatie ertoe dat we als toezichthouder soms niet meer kunnen dan toekijken hoe het kind met het badwater wordt weggegooid. Met het verdwijnen van de administratieve last verdwijnt namelijk ook een deel van de bescherming.  

“Met het verdwijnen van de administratieve last verdwijnt ook een deel van de bescherming.”

Tot slot zijn er nationale bezuinigingen die toezicht onder druk zetten. Net nu het kabinet extra inzet op AI. Net nu onze afhankelijkheid van grote niet-Europese techbedrijven zo ongeveer het hoogtepunt heeft bereikt. Net nu alle Europese wetgeving echt in werking treedt. En net nu de techbedrijven zelf ook waarschuwen voor te snelle ontwikkelingen van AI zijn er bezuinigingen aangekondigd op toezichthouders.

Slechts denkbare moment

Natuurlijk, niemand wil bezuinigen. Maar dit is het slechtst denkbare moment om te snijden in het toezicht op (big) tech. Of in organisaties die burgers in een digitale wereld willen beschermen. De schade die daardoor de komende jaren kan optreden, is grotendeels onomkeerbaar.

“De wereld draait met minder toezicht wel door, maar hoe willen we dat die wereld eruitziet?”

De wereld draait met minder toezicht echt wel door, maar hoe willen we dat die wereld eruitziet? Het gaat om keuzevrijheid, de weerbaarheid van onze economie, veiligheid, de gezondheid van onze kinderen, de stabiliteit van onze democratische rechtsstaat. Allemaal grote woorden, maar minder staat er niet op het spel.

Lees ook:

Relevante artikelen

Welke risico’s zijn acceptabel?

De politiek moet zich uitspreken over welke risico’s we als Nederland acceptabel vinden en welke niet. Toezichthouders hebben de plicht om zo duidelijk mogelijk te maken wat er gebeurt als bepaalde bescherming wegvalt: welke schade wij proberen te voorkomen, waar risico’s toenemen en wanneer ingrijpen straks misschien te laat komt. Juist nu moeten politiek en toezicht daarom man en paard noemen.

Jeroen Kerseboom

is directeur Strategie en Internationaal bij Autoriteit Persoonsgegevens, waar hij zich bezighoudt met de koers en positionering van de bescherming van burgers in een digitale wereld. Eerder werkte hij onder andere voor de Algemene Rekenkamer, de Arbeidsinspectie en de Tweede Kamer. Hij schrijft in 2026 elk kwartaal een column voor ToeZine. Dit is zijn derde bijdrage in die reeks.