Ga naar de inhoud

Omgevingsdiensten Brabant vinden zwakke schakels dankzij ketenaanpak

Hoe ziet de keten voor de verwijdering en verwerking van afval, asbest en bodem- en bouwstoffen er precies uit? Welke bedrijven zijn betrokken en op welke plekken zijn de regels makkelijk te overtreden? De Brabantse omgevingsdiensten brachten het in kaart met een barrièremodel. En wierpen barrières op om overtredingen en malafide praktijken te voorkomen.

Afbeelding van verrekijker met zicht op de hele keten
De Brabantse omgevingsdiensten kunnen gericht toezicht houden doordat ze zicht op de hele keten hebben

Een vergaderruimte in een kantoorgebouw. Aan tafel zitten toezichthouders, vergunningverleners, beleidsmedewerkers, politiemensen en kenners van de keten. Ze brengen met een barrièremodel de hele keten van een sector in beeld. Tegelijkertijd duiken ze in het hoofd van een wetsovertreder: waar zitten de zwakke plekken in de keten, waar kan ik geld verdienen of besparen zonder dat toezichthouders merken dat ik de regels ontduik?

Problemen aanpakken

“Zo begint de ketenaanpak inderdaad”, zegt Robert Hoogveld, coördinator ketenaanpak bij Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. “Om de juiste interventies te kunnen doen, moet je een goed beeld hebben van een keten. En daarvoor is samenwerking nodig. Binnen de grenzen van je werkgebied, maar zeker ook daarbuiten. Want bedrijven in de keten hebben geen boodschap aan gemeente- of regiogrenzen. Daarom trekken we met de drie Brabantse omgevingsdiensten samen op. We maken ieder jaar samen een programma en voeren dat gelijktijdig uit.”

“Barrières aan de voorkant kunnen voorkomen dat asbest onjuist of illegaal wordt verwerkt.”

De ketenaanpak helpt om problemen beter aan te pakken, is de stellige overtuiging van de omgevingsdiensten. Zeker bij afval, asbest en bodem- en bouwstoffen, aldus Hoogveld. “Dat zijn grote en complexe ketens waarbij schadelijke stoffen in het milieu terecht kunnen komen. Bij alle drie heb je te maken met verwijdering, inzameling, transport, opslag, verwerking en hergebruik of verbranding. Bij afvalstromen zijn vaak veel partijen betrokken, zoals producenten, transporteurs en afvalverwerkers. Als je alleen toezicht op bedrijven houdt, kan alles in orde zijn. Maar dan weet je niet wat er gebeurt als een afvalstof het bedrijf verlaat. Daarom is ketenaanpak nodig.”

‘Creatief’ omgaan met afval

Als de keten goed in beeld is, ontdek je ook waar mogelijkheden liggen om je niet aan de regels te houden, zegt Hoogveld. “Op die plaatsen zetten we interventies in.” De Brabantse omgevingsdiensten deden dat al bij onder meer kunstgras, metaalshredderafval en elektronisch afval. “Het shredderafval kwam op de agenda toen we een partij afval ontdekten in het buitengebied. Producenten kunnen miljoenen euro’s besparen door ‘creatief’ met dit afval om te gaan. Daarom besloten we om ketenonderzoek te doen. We hebben geïnventariseerd wie in de keten actief zijn en per bedrijf administratief onderzocht of het afval op een erkende stortplaats terechtkomt. Conclusies daarover kunnen we nog niet delen.”

Visualisatie keten omgevingsdienst
De Brabantse omgevingsdiensten hebben de ketenstromen in beeld gebracht

Ook bij elektronisch afval hebben de omgevingsdiensten in beeld gebracht waar lekstromen in de keten zitten, dus waar afval mogelijk niet op de goede manier verwerkt wordt. “Een belangrijke lekstroom zit waarschijnlijk bij installatiebedrijven”, aldus Hoogveld. “Daarom gaan we deze bedrijven informeren hoe ze afval op de juiste manier verwerken. Tegelijkertijd gaan we hierop nadrukkelijker toezicht houden.”

Goede informatievoorziening

Voor het ketenonderzoek bij asbest namen de Brabantse omgevingsdiensten veel interviews af bij particulieren. Hoogveld: “Daaruit bleek dat ze nauwelijks op de hoogte zijn van de regels. Veel mensen weten niet wat ze met asbest moeten doen. Ook niet dat ze een sloop bij de gemeente moeten melden. We hebben daarop de websites van gemeenten onderzocht; vaak was informatie over asbestverwijdering slecht te vinden, onduidelijk of onjuist. We hebben ook de front offices van de gemeenten gebeld. Ook dat leverde vaak geen adequaat of volledig antwoord op. Logisch dus dat asbest vaak ondeskundig verwijderd en gesaneerd wordt.”

“Als andere interventies effectiever werken dan toezicht en handhaving, dan moeten we die zeker inzetten.”

De omgevingsdiensten schreven een standaardtekst voor gemeentelijke websites over wat je als burger moet doen als je asbest verwijdert. Ook maakten ze een hand-out voor medewerkers van front offices en een flyer voor particulieren. “Die hebben we uitgedeeld aan mensen die aan het verbouwen of slopen waren. Ook hebben we een toelichting gegeven. Doel is dat die informatie zich als een olievlek verspreidt. We hebben gemeenten ook geadviseerd om bij het afgeven van een bouwvergunning informatie mee te geven over sloopmeldingen en asbestverwijdering.”

Draagvlak bij gemeenten

Daarnaast hebben de omgevingsdiensten in april dit jaar een asbesttelefoon in het leven geroepen. Particulieren, bedrijven, gemeenten, iedereen kan hier iedere ochtend met vragen terecht. “We promoten de hulptelefoon op social media. Gemeenten hebben het nummer ook op hun site staan. Wekelijks krijgen we tientallen telefoontjes.” Al deze ‘barrières’ aan de voorkant kunnen voorkomen dat asbest onjuist of illegaal verwerkt wordt, stelt Hoogveld. “Hard bewijs dat het werkt hebben we nog niet. Wel zeggen gemeenten iets meer sloopmeldingen te krijgen.”

Mooie interventies, maar omgevingsdiensten zijn toch vooral op aarde voor toezicht en handhaving, niet voor voorlichting? “Toen we ermee begonnen, voelden we dat we in het vaarwater van gemeenten kwamen”, zegt Hoogveld. “We hebben gemeenten van tevoren gebeld om draagvlak te krijgen. Zij reageerden positief en hebben de teksten vrijwel allemaal op hun site overgenomen. Als andere interventies effectiever werken dan toezicht en handhaving, dan moeten we die zeker inzetten, als omgevingsdienst kun je daar gerust het voortouw in nemen.”

Samenwerking cruciaal

Net zoals bedrijven samenwerken in een keten, is bij een ketenaanpak ook samenwerking nodig tussen toezichthoudende en andere instanties. Hoogveld: “We hebben ervaring wat er kan gebeuren als je bijvoorbeeld de politie niet betrekt. Bij een casus dachten we een waterdicht dossier opgebouwd te hebben tegen een bedrijf dat op een foute wijze asbest verwerkte, een inkoppertje voor justitie. Maar het leidde tot niets. Op papier klopte het, maar we hadden geen fysiek bewijs dat het daadwerkelijk om asbest ging.”

“Er wordt veel gepraat en geschreven over ketenaanpak, maar ga ermee aan de slag.”

Het is dan ook de eerste tip van Hoogveld aan omgevingsdiensten die met ketenaanpak aan de slag willen: “Breng de keten in beeld, samen met toezichthouders, vergunningverleners, beleidsmedewerkers, politie en anderen. Wat valt op, waar zitten zwakke plekken? Spreek ook samen af hoe je die wilt aanpakken. Dat hoeft niet altijd via toezicht of handhaving te gaan, andere interventies kunnen effectiever zijn.”

Een andere tip: “Zorg dat je geld en uren beschikbaar hebt en dat er draagvlak is bij gemeenten en provincie. Leg uit wat je wilt en waarom en houd belanghebbenden op de hoogte van de voortgang. Daarnaast is het belangrijk om aan te sluiten bij landelijke en regionale prioriteiten.” En nog een laatste aanbeveling: “Begin er gewoon mee. Er wordt veel gepraat en geschreven over ketenaanpak, maar ga aan de slag. Houd het praktisch, ga om tafel zitten en begin. Het barrièremodel is daarbij een prachtig hulpmiddel.”