Wanneer een vrachtschip een vloeibare lading heeft vervoerd, blijven er in de tanks vaak nog resten vloeistof en dampen van zo’n stof achter. Voordat er een nieuwe lading aan boord komt, moet dat eruit. Een schipper kan dit doen door te ontgassen: hij laat de gassen dan naar buiten ontsnappen, maar dat mag niet altijd en overal. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ziet erop toe dat dit volgens de regels gebeurt. ToeZine ging mee op inspectie.

Door met een ventilator lucht in de tank te blazen, blaast een schipper de gassen uit de tanks van zijn binnenvaartschip. Die gassen komen terecht in de atmosfeer. Dit belast omwonenden én het milieu. Daarom is er al sinds 2006 een verbod op het varend ontgassen van benzine. Ook benzeen en stoffen die meer dan tien procent benzeen bevatten mogen op veel plaatsen niet ontgast worden. Ontgassen is sowieso niet toegestaan in dichtbevolkte gebieden of bij bruggen en sluizen. Buiten die gebieden is varend ontgassen – voorlopig én onder voorwaarden – toegestaan. De ILT controleert of binnenvaartschippers zich aan de regels houden.
“Als er inderdaad een verboden stof ontgast is óf als dit gebeurde op een plek waar het niet mag, ontvangt de schipper in principe een boete.”
Toezicht met snuffelpalen
De meeste controles langs binnenvaartroutes vinden plaats met behulp van e-noses, ook wel snuffelpalen genoemd. Deze palen zijn van de omgevingsdiensten en meten of de samenstelling van de lucht verandert, bijvoorbeeld als een schip ontgast. De omgevingsdiensten geven deze informatie door aan de ILT. Hierdoor weet de ILT waar en wanneer er ontgast wordt.
Meet een e-nose een verschil in de luchtsamenstelling? Dan neemt de inspecteur van de ILT contact op met de betreffende schipper en vraagt om meer informatie over zijn lading. Als hieruit blijkt dat zo’n schip net een stof heeft vervoerd die niet ontgast mag worden, start de inspecteur een onderzoek. Als er inderdaad een verboden stof ontgast is óf als dit gebeurde op een plek waar het niet mag, ontvangt de schipper een waarschuwing of een boete.
“De drone kan foto’s en filmbeelden maken, die de inspecteur vervolgens kan terugkijken. De inspecteur let daarbij onder meer op open tankdeksels en aangesloten slangen.”
Toezicht met drones
Niet op alle plekken langs de binnenwateren staan e-noses. Op plekken waar deze palen niet staan maar toezicht wel gewenst is, zet de ILT drones in. Deze drones kunnen foto’s en filmbeelden maken, die de inspecteur vervolgens kan terugkijken. Die let daarbij onder meer op open tankdeksels en aangesloten slangen. Dit zijn tekenen dat er wordt of werd ontgast. Ook bij dit type toezicht neemt de inspecteur bij verdenking van ontgassen contact op met de schipper en vraagt hij om informatie over de vervoerde lading. Soms is een inspectie aan boord nodig om vast te stellen of er sprake is van een overtreding.
“In 2024 mogen stoffen die benzeen bevatten niet meer ontgast worden en vanaf 2025 geldt een vergaand verbod.”
Stap voor stap naar een verbod
Nederland werkt samen met een aantal andere Europese landen aan een vergaand verbod op ontgassen. Dat verbod wordt in drie fasen ingevoerd. De verwachting is dat het vanaf 2022 verboden is benzeen, motorbrandstoffen en aardoliedestillaten te ontgassen. In 2024 mogen andere stoffen die meer dan 100enzeen bevatten niet meer ontgast worden. Daarna volgen in 2025 nog verschillende stoffen. Omdat schepen toch de restdampen kwijt moeten, komen er ‘mobiele ontvangstinrichtingen’. Met deze ‘verplaatsbare ontgassingsinstallaties’ worden de gassen opgevangen en verdwijnen ze niet meer in de atmosfeer. De ILT probeert het dronetoezicht steeds verder te perfectioneren, zodat zij dit type toezicht goed kan inzetten als er strengere eisen voor varend ontgassen komen.